De technieksector presenteert zichzelf graag als innovatief en toekomstgericht. Maar op één aspect blijft de branche ver achter: inclusiviteit. Slechts 12% van alle medewerkers is vrouw (landelijk 47%) en maar 5,5% heeft een migratieachtergrond (landelijk 26%). Daarom zetten Techniek Nederland en Wij Techniek de schouders eronder. “Het is alle hens aan dek.”
Mark Harbers, voorzitter van Techniek Nederland, en Katinka Kensen, directeur van Wij Techniek, zijn beiden nog maar kort in functie. Toch is hun analyse scherp en hun oordeel helder: de sector scoort duidelijk onvoldoende als het gaat om inclusiviteit. Harbers: “Een vijf, hooguit. Er gebeurt veel, maar de aantallen zijn nog vér onder de maat. Dat kan én dat moet veel beter, gezien de enorme uitdagingen waar we als sector voor staan.” Kensen ziet hetzelfde en geeft ook een vijf. “Met een klein plusje, voor de beweging die er al wél is. En voor de goede wil.”
“Als we van alle werkende vrouwen maar een páár procent naar onze sector kunnen halen…”
Inclusie: keiharde voorwaarde
Inclusie voelt voor nuchtere, hardwerkende doeners vaak soft. Maar de cijfers laten iets anders zien: inclusie is een keiharde voorwaarde. Zonder bredere instroom loopt het aantal vacatures nog verder op en raken cruciale projecten in de knel: de netverzwaring, de energietransitie, woningbouw en verduurzaming. Harbers verwoordt de paradox scherp: “We hebben 121.000 nieuwe mensen nodig in de komende vijf jaar. Waar halen we die vandaan, als we niet snel diverser personeel gaan werven? Het is alle hens aan dek.”
Ook Kensen kan er niet bij hoeveel talent de sector links laat liggen. “Er zijn heel veel werkende vrouwen in Nederland die ook voor techniek zouden kunnen kiezen – een enórm potentieel. Als we daarvan maar een páár procent naar onze sector zouden kunnen halen, is het personeelstekort al voor een heel groot deel opgelost.”
“Er zijn kilo’s onderzoeken die aantonen dat inclusieve organisaties beter presteren: creatiever, innovatiever…”
Pluspunten glashelder
De pluspunten van ‘inclusief denken & doen’ zijn glashelder. Harbers: “Er zijn kilo’s onderzoeken die laten zien dat inclusieve organisaties beter presteren: de creativiteit gaat omhoog, innovatie gaat omhoog...” Het is ook niet zo dat werken in de techniek voor sommige groepen onprettiger zou zijn. Integendeel zelfs. Harbers: “Uit eerder onderzoek is al gebleken dat mannen in de techniek hun baan gemiddeld een 8,1 geven, maar vrouwen gemiddeld nog hoger: een 8,3 – en velen daarvan zelfs een 9. En in gesprekken met techniekondernemers hoor ik heel vaak terug dat statushouders weliswaar hindernissen ondervinden op taal en cultuur, maar dat ze soms dubbel gemotiveerd en veerkrachtig zijn, en keihard willen werken.”
Waarom de sector achterblijft: oorzaken en mechanismen
Waar kómt het dan door, dat de technieksector gemiddeld toch zo achterblijft op inclusiviteit? Harbers en Kensen zien verschillende oorzaken, die elkaar ook nog eens versterken. “Allereerst de vooroordelen. Veel jongeren krijgen een ouderwets beeld van techniekwerk mee. Met ingesleten rolpatronen. Op het basisonderwijs moeten onderwijzeressen kinderen bewust maken van wat er technisch allemaal kan. Het vroegere beeld van de ‘vieze handen’ omturnen, duurt tientallen jaren.”
“Daarnaast praten veel bedrijven nog altijd veel te bescheiden over hun werk. Het is super mooi en interessant – ook voor buitenstaanders!”
Een tweede hoge drempel is de taal. In meerdere opzichten, benadrukt Kensen. “Dat begint al bij vacatureteksten: die staan vaak vol jargon, wat mensen buiten de techniek niet aanspreekt. Daarnaast hebben veel bedrijven niet altijd door hoe super mooi en interessant hun werk is voor buitenstaanders; ze praten er veel te bescheiden over, en vaak in een taal die lang niet iedereen aanspreekt.” Daarnaast, zoals hierboven al genoemd, is taal voor mensen met een migratieachtergrond en statushouders een hoge drempel. Harbers: “Ons werk is kennisintensief. Daarbij spelen taalvaardigheid, opleiding, trainingen en certificaten een grote rol.”
Techniek Inclusief Award
Techniek Nederland en Wij Techniek werken hard om de sector te helpen bij het werven en binden van mensen uit andere, bredere doelgroepen. Een actueel voorbeeld: de tweejaarlijkse Techniek Inclusief Award, die begin 2026 voor de tweede keer wordt uitgereikt. Die zet inclusie in de sector goed op de agenda: de competitie maakt de vele initiatieven zichtbaar, helpt bij het verspreiden van ‘best practices’ én de aandacht voor het thema zet ondernemers in de hele sector aan het denken. “Zo’n award zorgt voor bewustwording en geeft bedrijven net dat extra zetje om inclusiever te werken”, aldus Harbers. Kensen benadrukt de kracht van het signaal: “Meedoen is al een statement: je laat zien dat je het belangrijk vindt om het verschil zichtbaar te maken.”
“Inclusief denken kun je niet landelijk opleggen, dat moet gebeuren in de hoofden van mensen.”
Landelijke blauwdruk, regionale aanpak
Daarnaast doen Techniek Nederland en Wij Techniek veel meer voor bredere instroom in de sector. Ze stimuleren regionale samenwerking, ondersteunen bedrijven, trainen werkgevers en investeren in goede begeleiding. Het meest actuele voorbeeld is het manifest ‘Samen verdubbelen wij de instroom van statushouders’, onderdeel van het Aanvalsplan Techniek. Kensen: “Daarin hebben we vastgelegd dat we het aantal statushouders gaan verdubbelen in de sector – het begin van meer!” Het manifest schetst een blauwdruk voor doorlopende begeleiding, gerichte taallessen en financiering, als landelijk format waar alle regio’s op kunnen voortbouwen. Want met name dáár moet het gebeuren – in de regio’s – ziet ook Harbers: “Dit is niet iets wat je vanuit Den Haag of landelijk vanuit een branchevereniging kunt opleggen. Inclusief denken en werken moet gebeuren in de hoofden van de mensen, in de samenwerking tussen bedrijven, begeleiders en opleiders. Op regionaal en lokaal niveau. De praktijk laat op veel plekken al zien dat het werkt: regio’s waar ketenpartners elkaar weten te vinden, boeken het snelst resultaat. Dát vliegwiel moet aan.”
Technologie als versneller van inclusie
Ook technologie zélf helpt om de sector inclusiever te maken. Modernisering en automatisering maken het werk slimmer, lichter, schoner en daarmee toegankelijker voor meer mensen. Harbers: “Robotisering, digitalisering, AR-instructies en prefab-bouw verlagen de fysieke belasting en maken complex werk beter te begrijpen. AI gaat helpen bij de repeterende, saaie of ingewikkelde werkzaamheden.” Ook prefab helpt: “Industrialisering maakt installaties plug-and-play.” Voor steeds meer functies is niet langer een volledig pakket certificaten nodig om te starten; deeltaken worden duidelijker en veiliger. Dankzij al die veranderingen kunnen werknemers vitaal doorwerken tot hogere leeftijd, kunnen ook mensen met een fysieke of mentale beperking veel nuttig werk doen, en zijn ook taal en inburgering minder een drempel.
Wat je als ondernemer zelf al kunt doen
De grootste winst zit in kleine eerste stappen, die je vandaag al kunt zetten, benadrukt Kensen. “Dat hoeft helemaal geen geld of moeite te kosten, je kunt heel gemakkelijk gewoon een eerste stapje maken. Stel eens een vraag. Vraag iemands mening, ook aan mensen die normaal liever op de achtergrond blijven. Kies tóch eens voor die sollicitant met die andere achternaam. En laat je verrassen door wat dat oplevert.”
“Alle beetjes helpen, en dat kan allemaal met heel weinig risico voor de ondernemer”
Daarnaast helpt het om heldere inwerkprocessen voor nieuwkomers te maken, zodat ze snel de weg weten en zich thuis voelen, en om begeleiding te regelen via een ervaren buddy of mentor. Ook visuele, eenvoudige werkinstructies kunnen enorm helpen. En knip bijvoorbeeld bestaande functies op in delen, zodat nieuwkomers eerst deeltaken kunnen oppakken en daarna doorgroeien. “Alle beetjes helpen, en dat kan allemaal met heel weinig risico voor de ondernemer”, benadrukt Kensen: “Als je andere werkvormen en begeleiding regelt, verlaag je de onzekerheden voor werkgevers, kost het niemand wat en heb je meer kans op succes.” Harbers vult aan: “Natuurlijk moet je ook bereid zijn te accepteren dat het niet bij iedereen gelijk zal lukken. Maar als je focust op degenen die je wél hebt binnengehaald, volgen er daarna makkelijk meer.”
Inclusie is óók behoud
Nieuwe instroom is belangrijk, maar talent vasthouden minstens zo. Kensen: “De krapte op de arbeidsmarkt vraagt om extra focus op duurzame inzetbaarheid, onder meer met slim gereedschap om de fysieke belasting te beperken.” Harbers vult aan: “We willen een inclusieve samenleving. Dan moet je werk zodanig organiseren dat ook mensen met een beperking – wat voor beperking dan ook – kunnen meedoen.” Daarmee gaat inclusie niet alleen over wie binnenkomt, maar vooral ook over hoe we mensen langdurig kunnen meehelpen aan het oplossen van alle uitdagingen waar we voor staan.