Op 8 juli kwamen Arbo- en kwaliteitsmanagers uit de installatiebranche bijeen om kennis en ervaringen uit te wisselen over kwaliteitsregelingen en actuele ontwikkelingen rond veilig en gezond werken. De rode draad van de bijeenkomst was duidelijk: kwaliteit en veiligheid moeten aantoonbaar zijn, maar regels en controles moeten wel werkbaar blijven.
Erkenningen en kwaliteitsregelingen: kwaliteit behouden, lasten verminderen
Maurice Hoffman (Hoffman DME) presenteerde de uitkomsten van een enquête onder 53 leden over erkenningen, certificeringen en kwaliteitsregelingen. Uit de resultaten blijkt dat bedrijven het belang van kwaliteitsborging onderschrijven, maar veel last ervaren van de stapeling van regelingen.
Een mogelijke oplossingsrichting is één basisstructuur voor kwaliteitsregelingen binnen de branche. In deze opzet krijgen regelingen een vergelijkbare hoofdstukindeling en worden onderdelen zoals interne audits, externe audits, afwijkingen en sancties zo veel mogelijk geüniformeerd. Regelingen blijven afzonderlijk toepasbaar, maar gelijke eisen worden herkenbaar en hoeven niet steeds opnieuw te worden aangetoond. De kernboodschap: niet minder kwaliteit, maar wel minder onnodige administratie. Techniek Nederland gaat hierover verder in gesprek met schemabeheerders, certificerende instellingen en andere betrokken partijen.
Download de presentatie en de uitkomsten van de enquête.
BRL 6000-25: meer duidelijkheid en minder regeldruk
David van Beek (Groenebeek Installatietechniek BV) en Willem Jan Broekkamp (Bonarius)
gaven een toelichting op de verbeteringen van BRL 6000-25. Zij benadrukten dat een deel van de voorgestelde wijzigingen nog in ontwikkeling is en verschillende goedkeuringsstappen moet doorlopen.
Hoofdstuk 11 over afwijkingen en sancties is al aangepast. Sinds 22 mei 2026 wordt duidelijker onderscheid gemaakt tussen kritieke en niet-kritieke afwijkingen. Kritieke afwijkingen zijn scherper afgebakend en richten zich onder meer op CO-onveilige situaties. Bedrijven krijgen ruimte voor herstel, waarbij voor kritieke afwijkingen een kortere termijn geldt. Sancties moeten proportioneel en gemotiveerd zijn. Ook is voorzien in de mogelijkheid om vooraf een zienswijze te geven en achteraf bezwaar te maken. De bredere herziening richt zich op verduidelijking, vereenvoudiging en het schrappen van eisen die onvoldoende bijdragen aan veilig en kwalitatief werk. Het doel is dat audits zich meer richten op vakbekwaamheid, veiligheid en het resultaat van het werk, en minder op administratieve controlepunten.
Download de presentatie over de BRL 6000-25.
Wet kwaliteitsborging: kwaliteit leveren én bewijzen
Arjan Kleijer (Bylaer kwaliteitsborging BV) ging in op de gevolgen voor installatiebedrijven van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De gemeente toetst vooraf minder op technische bouwkwaliteit. De kwaliteitsborger controleert tijdens het bouwproces of aan de regels wordt voldaan. Hierdoor moet een installateur niet alleen goed werk leveren, maar dit ook aantoonbaar maken.
De landelijke monitoring laat zien dat het aantal bouwmeldingen sterk groeit, maar dat nog niet kan worden vastgesteld dat de bouwkwaliteit structureel is verbeterd. Wel zijn er signalen dat kwaliteitsborging gebreken eerder zichtbaar maakt en bedrijven stimuleert om hun processen te professionaliseren. Tegelijk ervaren vooral kleinere aannemers en onderaannemers extra administratieve lasten en onduidelijkheid over de vereiste bewijsvoering. Een goede samenwerking tussen installateur en kwaliteitsborger helpt problemen voorkomen.
Download de presentatie en de Wkb Monitoringsrapportage 2025.
Veiligheid in Aanbestedingen: vanaf niveau 3
Dea Snoeijer (Rijksvastgoedbedrijf) lichtte de aangepaste Handreiking Veiligheid in Aanbestedingen toe. ViA is een gezamenlijke afspraak om veiligheidsbewustzijn als eis op te nemen in contracten en aanbestedingen.
Sinds 1 juli 2026 geldt minimaal niveau 3 van het veiligheidsvolwassenheidsmodel van Hudson. Op dit niveau wordt niet alleen na een incident gereageerd, maar worden incidenten structureel onderzocht. Procedures worden actief toegepast, communicatie biedt ruimte voor feedback en veiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid.
De aangepaste handreiking is eenvoudiger en neutraler geformuleerd. Ook zijn de bewijsmiddelen geactualiseerd. Afhankelijk van de bedrijfsgrootte kunnen onder meer varianten van de Safety Culture Ladder en VCA-MAX worden gebruikt. Voor bedrijven met minder dan vijf medewerkers is geen afzonderlijk bewijsmiddel nodig; de opdrachtgever moet dan binnen het project sturen op houding en gedrag. De stap naar niveau 3 vraagt meer dan een certificaat. Veiligheid moet zichtbaar zijn in dagelijkse keuzes, samenwerking, communicatie en de manier waarop medewerkers elkaar aanspreken.
Download de presentatie, de Handreiking Veiligheid in Aanbestedingen en de TNO Rapportage SCL-VCA.
Arbowet: een toolbox alleen is niet genoeg
Adam Ziolo behandelde de vraag wanneer een werkgever werkelijk voldoet aan de verplichtingen voor voorlichting en onderricht uit de Arbowet. De belangrijkste boodschap was dat het organiseren van een toolboxmeeting op zichzelf onvoldoende is. Na een ernstig ongeval kijken rechters onder meer naar de RI&E, het arbobeleid, de gegeven instructies en het toezicht op de uitvoering. De werkgever moet kunnen aantonen dat risico’s zijn onderkend, werknemers begrijpelijk zijn geïnstrueerd en de veilige werkwijze in de praktijk wordt gecontroleerd.
Aantoonbaarheid betekent niet dat voor ieder risico nieuwe formulieren nodig zijn. Wel moet er een sluitende lijn zijn van risico naar maatregel, instructie, begrip, toezicht en verbetering. Een praktische aanpak is om te beginnen bij enkele hoogrisicotaken, bijvoorbeeld werken op hoogte, spanningsloos werken en onderhoud aan bestaande installaties. Controleer bestaande toolboxen en werkinstructies, voeg taakgerichte informatie en controlevragen toe en borg toezicht via observaties, correcties en duidelijke stopmomenten.
Download de presentatie over hoe je voldoet aan de Arbowet
Sociale veiligheid: kijk naar gedrag én samenwerking
Cokkie Verschuren sloot de bijeenkomst af met een presentatie over sociale veiligheid en ongewenst gedrag. Sociale veiligheid gaat niet alleen over formele klachten. Ook terugkerende patronen in de dagelijkse samenwerking kunnen wijzen op een ongezonde werkcultuur. Voorbeelden van ongewenst gedrag zijn schelden, kleineren, roddelen, uitsluiten, intimidatie, discriminatie, informatie achterhouden of onzorgvuldig digitaal gedrag. Gewenst gedrag gaat onder meer over beleefdheid, integriteit, psychologische veiligheid, inclusiviteit, onderlinge steun en respectvol gebruik van informatie en middelen.
Een eenmalige meting of losse gedragscode is niet voldoende. Organisaties moeten ook kijken naar groepspatronen, wisselende rollen en de schade die gedrag kan veroorzaken voor het individu, het gezin, het bedrijf en de samenleving. De belangrijkste les is dat een gezonde cultuur niet alleen ontstaat door ongewenst gedrag te bestrijden. Organisaties moeten ook actief benoemen, stimuleren en belonen welk gedrag zij wél willen zien.
Volgende bijeenkomst: 18 november 2026
In november organiseren we een nieuwe bijeenkomst. We draaien de onderwerpen dan om, met arbeidsomstandigheden in de ochtend en kwaliteit in de middag. Aanmelden hiervoor kan alvast via deze link.