Personenauto
Home Nieuws Pseudo-eindheffing: uitzondering voor vervangend vervoer

Er komt een uitzondering op de pseudo-eindheffing voor vervangend vervoer en overige kortdurende zakelijke autoverhuur. Dit heeft het kabinet besloten op aandringen van Techniek Nederland en 19 andere brancheorganisaties. Hierdoor worden de administratieve lasten voor werkgevers verlaagd. Tegelijkertijd blijven er knelpunten voor onze branche.

Techniek Nederland is gematigd positief

Deze versimpeling van de pseudo-eindheffing is positief voor de branche, maar andere knelpunten blijven bestaan:

  • Het per direct stoppen van de vrijstellingsperiode doordat een voertuig administratief binnen een holding (van bv naar bv met verschillende loonheffingsnummers) wordt verplaatst.
  • Wanneer een voertuig met een DET voor 1-1-2027 (en dus recht heeft op de vrijstellingsperiode) meekomt met een nieuwe medewerker vanuit zijn/haar vorige werkgever, dat dan de vrijstelling eveneens niet meer geldt.
  • Zolang er geen voldoende dekking van Laadinfra in de woonwijken is, is het introduceren van de pseudo-eindheffing niet verstandig

'We hebben bij het Ministerie van Financiën aangedrongen op verdere aanpassingen van de Pseudo-eindheffing die onze branche direct raken. Helaas heeft deze oproep niet geleid tot wijzigingen in de Pseudo-eindheffing', aldus Rolf Duindam (Adviseur Ondernemerschap bij Techniek Nederland).

De pseudo-eindheffing in het kort

De Belastingdienst voert per 1 januari 2027 een pseudo-eindheffing van 12% voor zakelijke auto’s in. Deze extra belasting geldt voor benzine-, diesel- en hybride auto’s die werkgevers ter beschikking stellen aan werknemers.

Vervangend vervoer

In de regeling zou de werkgever wettelijk verplicht worden om vanaf 1 januari aanstaande pseudo-eindheffing te betalen over de vervangende (brandstof-)auto bij onderhoud, reparatie of schadeherstel. Een onwerkbare situatie omdat de vervangende huurvloot nooit in een paar maanden geëlektrificeerd zou kunnen worden. Daarnaast dreigde er voor werkgevers een enorme administratieve rompslomp om bij te houden of het vervangend vervoer wel of niet elektrisch is en of er dus pseudo-eindheffing zou moeten worden betaald. Daarom kiest het kabinet voor een gerichte uitzondering voor vervangende auto’s die maximaal veertien kalenderdagen (aaneengesloten) worden ingezet. Het maakt dan dus niet uit of die vervangende auto elektrisch- of brandstof-aangedreven is. 

Overige korte zakelijke inzet

Ook voor andere korte zakelijke inzet wil het kabinet een uitzondering (tot 2031) voor het moeten betalen van de pseudo-eindheffing maken. Deze blijft beperkt tot de terbeschikkingstelling van maximaal een week (zeven kalenderdagen aaneengesloten). Dit mag maximaal één keer per jaar per auto (kenteken) per werkgever. Bij een ruimhartiger uitzondering vreest de overheid dat de prikkel te groot wordt om met voortdurend wisselende kortdurende terbeschikkingstellingen de pseudo-eindheffing te ontduiken. Na de overgangstermijn (1 januari 2031) vervalt deze uitzondering.

Bij terbeschikkingstellingen langer dan een week zal de pseudo-eindheffing vanaf 1 januari aanstaande wel van toepassing blijven. Hieronder vallen vrijwel alle (short-) leasecontracten en voorloopauto’s.

Andere einddatum overgangstermijn

Op verzoek van het bedrijfsleven wordt de overgangstermijn op een logischere datum beëindigd: 1 januari 2031 in plaats van 17 september 2030. Na die datum moet voor álle door werkgevers ter beschikking gestelde auto’s pseudo-eindheffing worden betaald (ook als ze al vóór 1 januari 2027 zijn ingezet), tenzij de auto emissieloos is en dus met uitzondering van vervangend vervoer.

Meer weten?

In dit nieuwsbericht lees je wat de pseudo-eindheffing is en wanneer je ermee te maken krijgt: Pseudo-eindheffing voor zakelijke auto’s vanaf 2027.

Neem contact op
Neem contact op