Overleg bim laptop - 1880x
Home Nieuws Pilot: sturen op CO₂-impact van installaties kan, maar vraagt betere data

Hoe kun je al tijdens het ontwerp sturen op de CO₂-impact van technische installaties? Die vraag stond centraal in een pilot waaraan Techniek Nederland meedeed. De conclusie: installatieconcepten vergelijken op CO₂-impact is mogelijk. Maar voor betrouwbare en breed toepasbare berekeningen zijn betere milieudata en gezamenlijke rekenregels nodig.

De CO₂-impact van installaties wordt steeds belangrijker. Opdrachtgevers vragen ernaar en bedrijven hebben eigen duurzaamheidsambities. Naast energiegebruik telt ook de uitstoot door de gebruikte materialen steeds zwaarder mee. Die ontwikkeling zet door. Vanaf 2028 komt er nieuwe Europese regelgeving voor de CO₂-uitstoot over de hele levensduur van een gebouw: de Whole-Life Cycle Global Warming Potential (WLC-GWP). Tegelijk wordt onze energievoorziening duurzamer. Daardoor neemt het relatieve aandeel van materiaalgebonden uitstoot toe.

 

Pilot: vergelijken in de ontwerpfase

Het Rijksvastgoedbedrijf, Techniek Nederland, FME, BAM, Equans, VDK Groep, TU Delft en Life Cycle Vision (als coördinerende partij) onderzochten in de pilot hoe je de CO₂-impact van verschillende installatieconcepten al tijdens het ontwerp kunt vergelijken. Juist in die fase valt veel winst te behalen. Belangrijke keuzes over het installatieconcept liggen dan nog niet vast.

De pilot laat zien dat zo’n vergelijking mogelijk is. Tegelijk kost een goede berekening op dit moment veel tijd. Ook zijn de uitkomsten nog niet geschikt om marktpartijen alleen op basis van één CO₂-score met elkaar te vergelijken en een project daarop te gunnen.

Bekijk de resultaten, conclusies en aanbevelingen in het volledige rapport over de pilot.

 

Grootste knelpunt is de beschikbare data

De grootste uitdaging zit niet in het rekenen zelf. Het probleem is vooral het gebrek aan bruikbare en vergelijkbare technische gegevens en milieudata. Voor sommige installatieonderdelen is helemaal geen milieudata beschikbaar. Soms staat die informatie alleen in Europese of internationale databases, waardoor gegevens moeilijk vergelijkbaar zijn.

Ook beschikbare milieudata is niet altijd direct bruikbaar. Zo kan informatie ontbreken over de uitvoering of capaciteit van een product. Ook is niet altijd duidelijk welke onderdelen in de data zijn meegenomen of welke systeemgrenzen gelden.

‘Wil je installatieconcepten realistisch op CO₂ vergelijken, dan moet de berekening de complete installatie volgen zoals die in de praktijk wordt ontworpen en gedimensioneerd. Alleen dan kun je er in het ontwerp echt op sturen.’ Bernd Karstenberg, Life Cycle Vision

 

Wat is er nu nodig?

Techniek Nederland onderschrijft de aanbevelingen uit de pilot. Om CO₂-impact een volwaardige plek te geven in het ontwerpproces, zijn nu 3 zaken nodig:

  • Sectorbrede afspraken over de rekenmethodiek voor installatieconcepten.
  • Meer bruikbare milieudata voor installatieonderdelen.
  • Duidelijke afspraken over capaciteit, schaling, systeemgrenzen en de onderdelen waarop milieudata betrekking heeft.

Een goede rekenmethode moet bovendien rekening houden met het gebouw, het gebruik en de technische keuzes in het ontwerp.

Installateurs en Techniek Nederland werken hier graag aan mee. Daarvoor is samenwerking nodig met opdrachtgevers, fabrikanten, leveranciers en het Rijk.

 

Van pilot naar gezamenlijke aanpak

De pilot is daarmee geen eindpunt, maar een belangrijke stap naar een breed toepasbare methode. De volgende opgave is om rekenregels te harmoniseren en de beschikbaarheid en kwaliteit van milieudata te verbeteren.

Techniek Nederland roept opdrachtgevers daarom op om niet alleen om een CO₂-score te vragen. Werk ook mee aan een gezamenlijke en betrouwbare rekenmethodiek voor installatieconcepten. Met heldere afspraken wordt ook duidelijker welke milieudata fabrikanten en leveranciers moeten aanleveren.

‘Deze pilot laat zien wat veel installateurs al weten: we zijn op de goede weg. Maar om echt te sturen op duurzaamheid, moeten alle partijen in de keten aan de slag. De rekenmethodiek uit deze studie helpt ons om de volgende stap te zetten.’ Jeroen Bart, vakspecialist Circulariteit bij Techniek Nederland

Neem contact op
Neem contact op