Techniek Nederland
Zoeken

Inloggen

Onze leden

bullets

Onze leden richten zich op ontwerp, advies, uitvoering, beheer en onderhoud van technische installaties. Maar ook elektrotechnische detailhandelsbedrijven en reparatiebedrijven zijn lid.

Kwaliteit en vakmanschap

bullets

Leden van Techniek Nederland staan voor kwaliteit, betrouwbaarheid en service. Of het nu gaat om een utiliteits- of infraproject, bedrijf of woning: u weet dat u vakmanschap in huis haalt.

Over Techniek Nederland

bullets

Techniek Nederland is de ondernemersvereniging van technische dienstverleners, installatiebedrijven en de technische detailhandel. Meer dan welke sector ook maken wij technische ontwikkelingen praktisch toepasbaar en daarmee maatschappelijk relevant. We vertegenwoordigen ruim 6.000 bedrijven en zijn als één van de grootste werkgeversorganisaties van Nederland een factor van betekenis.

Onze leden

bullets

Onze leden ontwerpen, leveren, installeren en onderhouden ‘slimme techniek’. Van zonnepaneel, warmtepomp, paneelbouw, badkamers en smart homes, tot snelle en veilige dataverbindingen, innovatieve verkeersoplossingen, complete technische en industriële installaties, steeds slimmere productielijnen en flexibele gebouwen. Op basis van kwaliteit, betrouwbaarheid, vakmanschap en service.

Altijd op de hoogte

bullets

Als brancheorganisatie volgt Techniek Nederland het branchenieuws op de voet. Vaak zijn wij zelf de bron van het nieuws, vanuit onze rol in belangenbehartiging of omdat we nieuwe producten of diensten voor onze leden hebben ontwikkeld.

Gerenommeerde kennispartner

bullets

Via diverse media houden wij niet alleen onze leden, maar ook andere partijen op de hoogte.
Volgt u ons ook?

septenary

FAQ - Calculeren en indexeren

VEELGESTELDE VRAGEN

  • Mondkapjes zijn sinds 1 juni 2020 verplicht in het openbaar vervoer. Ben ik verplicht deze voor mijn werknemers te vergoeden?

    Sinds 1 juni 2020 is een niet-medisch mondkapje verplicht voor reizigers in het openbaar vervoer.

    Als werkgever moet u zorgen voor een veilige werkomgeving. Deze zorgplicht kan zich ook uitstrekken tot deelname van uw werknemer aan het verkeer, voor zover deze deelname plaatsvindt in de uitoefening van de werkzaamheden van de werknemer. Het woon-werkverkeer is privétijd en valt niet onder het bereik van de zorgplicht van de werkgever. Onder omstandigheden valt zakelijk verkeer wel onder de zorgplicht, maar dan is deze gekoppeld aan risico’s bij deelname aan het verkeer waarvoor u uw werknemers moet waarschuwen, instrueren of verzekeren.

    De verplichting om in het openbaar vervoer mondkapjes te dragen heeft niets te maken met de bescherming van de drager zelf of gezondheidsrisico’s die hij loopt bij het niet-dragen. Een niet-medisch mondkapje beschermt niet de drager zelf, maar kan de mensen rondom de drager beschermen als die het zorgvuldig draagt en gebruikt. Bij niet dragen van een mondkapje riskeert men een boete van € 95,-.

    U bent dus niet verplicht om mondkapjes aan uw werknemers te verstrekken of vergoeden.

    Bij het vergoeden of verstrekken van mondkapjes door de werkgever bij reizen in het openbaar vervoer gaat het in feite om het vergoeden van reiskosten of het verstrekken van middelen om te reizen. Dit bent u als werkgever wettelijk niet verplicht. Vaak is wel afgesproken dat de werknemer zijn reiskosten vergoed krijgt of stelt de werkgever een auto ter beschikking. Waar niet overeengekomen is dat mondkapjes worden vergoed of verstrekt, hoeft u dit dus niet te doen. Natuurlijk mag het wel. Van de Belastingdienst mag u mondkapjes onbelast vergoeden of verstrekken aan uw werknemers (gerichte vrijstelling). Deze kosten horen tot de werkelijke kosten van het openbaar vervoer, omdat werknemers niet zonder mondkapje met het openbaar vervoer mogen reizen.

  • Wat is de positie van de werkgever als werknemers na een buitenlandse vakantie in quarantaine gaan?

    Vakantie en kleurcodes.
    Inmiddels zijn vakantiereizen binnen Europa weer deels mogelijk. Veilige landen krijgen in het reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken kleurcode groen of geel. Landen of gebieden als hoogrisicoland hebben kleurcode oranje in het reisadvies. Reizigers uit hoogrisicolanden moeten bij terugkeer in Nederland een negatieve testuitslag kunnen tonen en worden dringend geadviseerd 10 dagen in quarantaine te gaan. Na 5 dagen kan de quarantaine beëindigd worden na een negatieve test.

    Quarantaineplicht?
    Voor reizigers komend uit een zeer hoogrisicogebied geldt sinds 1 juni 2021 de wettelijke verplichting om 10 dagen in quarantaine te gaan. De quarantaineplicht geldt ook als de reiziger gevaccineerd is. Sommige reizigers zijn uitgezonderd. Deze reizigers moeten wel een formulier quarantaineverklaring bij zich hebben. Bij het ontbreken van het formulier quarantaineverklaring en bij schending van de quarantaineplicht kan een boete worden opgelegd. Lees meer informatie.

    Nieuw! Quarantainerisico nu vaak voor werknemer
    Een werknemer hoeft na terugkeer uit een land met een kleurcode groen of geel dus niet in quarantaine. Tot voor kort was het standpunt van Techniek Nederland dat een quarantaineverplichting als gevolg van een wijziging van het reisadvies (bijvoorbeeld van geel naar oranje) gedurende het verblijf voor risico van de werkgever was.

    De reisadviezen wisselen de laatste tijd echter snel. De werknemer weet daardoor dat het risico bestaat dat een land met een geel risicoprofiel tussentijds verandert naar een oranje risicoprofiel, met een quarantaine als gevolg. Inmiddels mag van werknemers worden verwacht dat zij hiermee rekening houden bij het plannen van hun vakantie.

    Dit betekent dat de quarantaineperiode na terugkomst uit het buitenland altijd voor risico komt van de werknemer, met uitzondering van het reizen naar een groen gebied. Dit heeft tot gevolg dat als de werknemer dan niet kan (thuis) werken gedurende de quarantaineperiode na terugkeer uit het buitenland, hij geen recht heeft op loon. U kunt in zo’n geval ook met uw werknemer afspreken dat hij in plaats daarvan verlofdagen opneemt.

    Wij adviseren u uw werknemers er vooraf schriftelijk op te wijzen dat ook na een vakantie in een land met code geel een eventuele verplichte of geadviseerde quarantaine voor eigen rekening komt. Bij een vakantiereis naar een land wat bij vertrek al code oranje of rood had, blijft de quarantaineperiode uiteraard ongewijzigd voor risico van de werknemer.

    Mag ik als werkgever een werknemer vragen of hij naar een gebied met code oranje of rood is geweest?
    Ja, dat mag. U vraagt hem/haar niet om medische gegeven. U heeft een gerechtvaardigd belang omdat u uw (wettelijke) zorgplichten voor werknemers en/of klanten moet nakomen, ondanks het feit dat een bevestigend antwoord negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor de werknemer. Het is daarom wel belangrijk uw beleid op dit punt van te voren bekend te maken.

    Situatie en advies per land is te lezen via de website van Nederlandwereldwijd.

    Wij adviseren de werknemers in zijn algemeenheid over dit beleid te informeren. Een voorbeeld van een formulering vind u hier.

     

  • Wanneer kan ik NOW 5.0 aanvragen?

    De aanvraagtermijn voor het vijfde a anvraagtijdvak begint op 6 mei  2021. Aanvragen voor NOW 5 is mogelijk tot en met 30 juni 2021.

    Het betreft dan een tegemoetkoming voor de loonkosten over de periode vanaf 1 april 2021. Wanneer er geen NOW 4 is aangevraagd is er vrije keuze voor welke periode aangevraagd wordt. Die kan dan ook op een later moment beginnen:

    De voorwaarde voor een tegemoetkoming NOW voor de vijfde aanvraagperiode is dat u 3 aaneengesloten maanden een omzetverlies van minimaal 20% heeft. Als u voor het eerst NOW aanvraagt of als er geen tegemoetkoming voor de vierde aanvraagperiode is toegekend, dan kunt u kiezen uit omzetverlies vanaf:

    1. 1 april: u geeft dan uw percentage omzetverlies door over april, mei en juni 2021.
    2. 1 mei: u geeft dan uw percentage omzetverlies door over mei, juni en juli 2021.
    3. 1 juni: u geeft dan uw percentage omzetverlies door over juni, juli en augustus 2021.

    Let op: de gekozen 3 maanden waarin u omzetverlies verwacht, kunt u later niet meer aanpassen.

    Als u ook een tegemoetkoming voor de vierde aanvraagperiode heeft gekregen, dan moeten de 3 maanden van de vijfde aanvraagperiode aansluiten op de 3 maanden van de vierde aanvraagperiode. Bijvoorbeeld:

    • De vierde aanvraagperiode heeft u omzetverlies doorgegeven over januari, februari en maart 2021.
    • Voor de vijfde aanvraagperiode geeft u daarom uw omzetverlies door over april, mei en juni 2021.

    Het aanvraagtijdvak voor het vijde tijdvak is 6 mei tot en met tot en met 30 juni 2021.

    Hoogte Tegemoetkoming NOW 5
    Werkgevers die te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies, kunnen bij UWV een tegemoetkoming voor deze 3 maanden aanvragen ter hoogte van maximaal 85% van de loonsom, gerelateerd aan het omzetverlies. Daarbij is het mogelijk, zonder gevolgen voor het subsidiebedrag, dat gedurende deze periode de loonsom met 10% mag dalen.

    Het omzetverlies wordt dan vastgesteld over een driemaandsperiode die start op 1 april, 1 mei of 1 juni 2021 en volgt daarbij de systematiek van de NOW 1, NOW 2, NOW 3 en NOW 4, dat wil zeggen in vergelijking met een vierde deel van de loonsom over het jaar 2019.

    Wanneer kan ik NOW 6.0 aanvragen?
    De aanvraagtermijn voor het zesde aanvraagtijdvak is mogelijk van 5 juli tot en met 30 september 2021.

    Het betreft dan een tegemoetkoming voor de loonkosten over de periode vanaf 1 juli 2021. Wanneer er geen NOW 5 is aangevraagd is er vrije keuze voor welke periode aangevraagd wordt. Die kan dan ook op een later moment beginnen:

    De voorwaarde voor een tegemoetkoming NOW voor de zesde aanvraagperiode is dat u 3 aaneengesloten maanden een omzetverlies van minimaal 20% heeft, er is daarbij een maximum van toepassing van 80% omzetverlies. Als u voor het eerst NOW aanvraagt of als er geen tegemoetkoming voor de vijfde aanvraagperiode is toegekend, dan kunt u kiezen uit omzetverlies vanaf:

    1. 1 juli: u geeft dan uw percentage omzetverlies door over juli, augustus en september 2021.
    2. 1 augustus u geeft dan uw percentage omzetverlies door over augustus, september en oktober 2021.
    3. 1 september: u geeft dan uw percentage omzetverlies door over september, oktober en november 2021.

    Let op: de gekozen 3 maanden waarin u omzetverlies verwacht, kunt u later niet meer aanpassen.

    Als u ook een tegemoetkoming voor de vijfde aanvraagperiode heeft gekregen, dan moeten de 3 maanden van de zesde aanvraagperiode aansluiten op de 3 maanden van de vijfde aanvraagperiode. Bijvoorbeeld:

    • De vijfde aanvraagperiode heeft u omzetverlies doorgegeven over april, mei en juni
    • Voor de zesde aanvraagperiode geeft u daarom uw omzetverlies door over juli, augustus en september 2021.

    Het aanvraagtijdvak voor het zesde tijdvak loopt van 5 juli tot en met 30 september 2021.

    Hoogte Tegemoetkoming NOW 6
    Werkgevers die te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies, kunnen bij UWV een tegemoetkoming voor deze 3 maanden aanvragen ter hoogte van maximaal 85% van de loonsom, gerelateerd aan het omzetverlies (met een maximum van 80% omzetverlies). Daarbij is het mogelijk, zonder gevolgen voor het subsidiebedrag, dat gedurende deze periode de loonsom met 10% mag dalen.

    Het omzetverlies wordt dan vastgesteld over een driemaandsperiode die start op 1 augustus  2021 en volgt daarbij de systematiek van de andere NOW tijdvakken

     

  • Wie kan deelnemen aan NOW 5.0 en 6.0?

    Iedere werkgever die voldoet aan de voorwaarden (onder andere een verwacht omzetverlies van ten minste 20% voor de vijfde en zesde tranche, kan een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming in de loonkosten, of u nu al wel of niet hebt deelgenomen aan de eerste, tweede, derde, vierde of vijfde NOW.

  • Hoe wordt geborgd dat werkgevers werknemers stimuleren tot een ontwikkeladvies en/of scholing?

    Werkgevers die gebruikmaken van NOW zijn verplicht om hun OR te informeren over het feit dat zij deelnemen aan NOW. Mochten werkgevers niet uit zich zelf aandacht geven aan loopbaanontwikkeling en scholing, dan kan de OR of personeelsvertegenwoordiging de vinger aan de pols houden en de werkgever hierop aanspreken.

  • Hoe werkt de inspanningsverplichting tot het stimuleren van een ontwikkeladvies en/of scholing?

    Voor de NOW geldt voor werkgevers een inspanningsverplichting om hun werknemers te stimuleren een ontwikkeladvies aan te vragen of scholing te volgen voor behoud van werk. Op het moment dat het werk sterk is verminderd of dreigt te verdwijnen is er mogelijk ruimte voor oriëntatie op een andere loopbaan en/of scholing richting ander werk. Werkgevers kunnen hun werknemers stimuleren door bijvoorbeeld tijd of middelen, bijvoorbeeld uit O&O-fondsen, beschikbaar te stellen.

    Ter ondersteuning stelt het kabinet 50 miljoen euro beschikbaar voor een crisispakket ‘NL leert door’. Daarmee kunnen mensen die door de crisis hun werk verloren hebben of dreigen te verliezen zich heroriënteren op baankansen en daarvoor zo nodig (online) scholing volgen. Dit crisispakket heeft een looptijd van juli tot en met december 2020.

  • Ik heb in januari een extra periode salaris (zoals een dertiende maand) uitbetaald. Daarmee is de loonsom van januari hoger. Wat is het effect hiervan voor de hoogte van de subsidie?

    In het vijfde subsidietijdvak van de NOW wordt de subsidie gebaseerd op de loonsom van juni 2020 en vergeleken met de loonsom van  april, mei en juni 2021.

    In het zesde subsidietijdvak van de NOW wordt de subsidie gebaseerd op de loonsom van februari 2021 en vergeleken met de loonsom van  juli, augustus of september 2021.

    Bij de bevoorschotting en de vaststelling van de subsidie zal UWV de loonsommen van de verschillende maanden zo zuiver mogelijk toepassen en vergelijken. Zo worden extra periode salarissen, zoals een dertiende maand, en de uitbetaling van vakantiebijslag uit de loonsommen gehaald. Het uitbetalen van een extra periode salaris heeft daarmee geen effect op de hoogte van de subsidie.

  • NOW 5.0/6.0 heeft enkele aanpassingen. Wat zijn de gewijzigde voorwaarden die vanaf 1 april gelden?

    • De verplichting om geen ontslag aan te vragen vervalt, evenals de ontslagboete van 100%.
    • Er komt een inspanningsverplichting voor de werkgever om werknemers te begeleiden van werk naar werk. Bij het niet voldoen hieraan kan een sanctie volgen van 5% van het toegekende subsidiebedrag.
    • Aan werkgevers wordt in NOW de inspanningsverplichting opgelegd om hun werknemers te stimuleren een ontwikkeladvies aan te vragen of scholing te volgen voor behoud van werk.
    • Over 2020 en tot en met de aandeelhoudersvergadering in 2021 mag geen dividend of bonus worden uitgekeerd en mogen er geen eigen aandelen worden ingekocht, wanneer er sprake is van een steunbedrag op of boven het bedrag waarvoor een accountantsverklaring vereist is. Voor werkmaatschappijen die als onderdeel van een concern een NOW-subsidie hebben gekregen geldt dit drempelbedrag niet, zij moeten zich hier altijd aan houden.
    • De opslag op de loonkosten blijft gehandhaafd op 40%.
    • Voor NOW 6.0 geldt dat er maximaal een vergoeding zal plaatsvinden over 80% omzetverlies. Dus de maximale vergoeding is dan 85% van 80% is 68% van de loonkosten.

  • Worden aanvragen voor de steunmaatregel openbaar gemaakt?

    Aanvragers van de NOW-subsidie, inclusief de verleende voorschotten en de vastgestelde subsidie, worden openbaar gemaakt op de website van het UWV.

  • Wat zijn de grensbedragen voor controle accountantsverklaring?

    Bij de aanvraag voor de definitieve vaststelling van de Noodmaatregel subsidie is een accountantsverklaring vereist als het concern of de rechtspersoon een voorschot heeft ontvangen van (in totaal) € 100.000,- of meer, of als de subsidie wordt vastgesteld op € 125.000,- of meer. Bij een voorschot van € 20.000,- of meer, of een vaststellingsbedrag van € 25.000 of meer is een verklaring van een deskundige derde nodig die de omzetdaling bevestigt. Een deskundige derde is bijvoorbeeld een administratiekantoor, een financieel dienstverlener of een brancheorganisatie.

  • Klopt het dat de vrije ruimte is verhoogd in de werkkostenregeling?

    Ja, voor 2020 en 2021 geldt dat u tot een fiscale loonsom van 400.000 euro 3 procent belastingvrij mag vergoeden, in plaats van de eerder aangekondigde verhoging naar 1,7 procent. Voor de loonsom dat de 400.000 euro te boven gaat, blijft het percentage voor de vrije ruimte 1,2 procent. Zie hier voor meer informatie over de werkkostenregeling.

  • Welke aanpassingen zijn er in de NOW-regeling voor concerns?

    Voor concerns met meerdere werkmaatschappijen bood de NOW-regeling geen uitkomst wanneer 1 of meerdere werkmaatschappijen een omzetverlies kennen van meer dan 20% maar het concern als geheel minder dan 20% omzet verlies heeft. Het was dan niet mogelijk om voor de werkmaatschappijen met een omzetverlies van meer dan 20% een beroep te doen op NOW-regeling. Mede op aandringen van Techniek Nederland is hierin verandering gekomen.

    Is het mogelijk om voor een werkmaatschappij binnen een concern NOW aan te vragen?

    Ja, dat kan. Minister Koolmees heeft besloten de NOW op dit punt aan te passen, deze aanvullende regeling is op 4 mei 2020 in de Staatscourant gepubliceerd. Door de wijziging kunnen ook werkmaatschappijen onder voorwaarden een beroep op de NOW doen als ze onderdeel zijn van een concern dat weinig omzetverlies heeft of zelfs winst draait. Als er sprake is van minder omzetdaling dan 20% voor het concern kan een individuele werkmaatschappij op basis van de eigen omzetdaling subsidie voor de loonkosten aanvragen.

    Bij welke omzetdaling geldt de nieuwe concernregeling?

    Op grond van de aanpassing van de regeling geldt dat ook werkmaatschappijen op basis van hun eigen omzetdaling (die groter is dan 20%) een beroep op de NOW kunnen doen als ze onderdeel zijn van een concern dat weinig omzetverlies heeft of zelfs winst draait. Dit is alleen het geval wanneer een concern anders niet in aanmerking zou komen voor de subsidie omdat er geen sprake is van een omzetdaling van meer dan 20% voor het hele concern. De werkmaatschappij moet een eigen rechtspersoonlijkheid en een loonheffingsnummer hebben. Onderdelen van rechtspersonen, zoals een autonoom aan het economisch verkeer deelnemende onderdeel, vestiging of een business unit komen niet in aanmerking.

    Welke aanvullende voorwaarden gelden er voor de regeling werkmaatschappijen?

    • Een werkmaatschappij met 20 of meer werknemers sluit voorafgaand aan de subsidieaanvraag met de belanghebbende verenigingen van werknemers, en bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers (bijvoorbeeld OR of PVT), een akkoord over werkbehoud. Dit zullen veelal de vakbonden zijn met wie de cao gesloten is op bedrijfs- dan wel sectorniveau. Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers volstaat akkoord van een vertegenwoordiging van werknemers.
    • Concerns waarvan de werkmaatschappij een beroep doet op de regeling, moeten verklaren over het jaar 2020 geen dividend of bonussen uit te keren of eigen aandelen terug te kopen tot aan en inclusief de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Deze verklaring moet in de administratie worden bewaard. Dit geldt voor de bonus van het bestuur en/of directie van het concern en de betrokken werkmaatschappij. Toekenning van bonussen aan overige personeelsleden is wel toegestaan.
    • De werkmaatschappij heeft geen bedrijfsmatige activiteiten die voor meer dan de helft bestaan uit het binnen de groep ter beschikking stellen van arbeidskrachten, en is geen personeels-bv.De andere werkmaatschappijen binnen een groep mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die ten koste kunnen gaan van de subsidie vragende werkmaatschappij.

     

     

    Welke controlewaarborgen zijn van toepassing?

    Over vrijwel alle gestelde voorwaarden (de voorafgaande toestemming van de vakbond/OR of PVT en de omzetdaling van het concern en de werkmaatschappij) moet bij het verzoek tot de definitieve vaststelling van de subsidie door een accountant een accountantsverklaring worden opgesteld. In de nog op te stellen standaarden van accountants wordt nog uitgewerkt hoe de controle van de accountant hierop plaatsvindt. Accountants zullen over deze en de eerdere voorwaarden onderzoek doen naar de toepassing van deze voorwaarden door de werkmaatschappij en dit dus ook meenemen in de controle. Andere werkmaatschappijen mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die de subsidie vragende werkmaatschappij normaal gesproken zou uitvoeren.

  • Medewerkers willen nu hun geplande vakantiedagen intrekken, kan dat?

    De vakantie van een werknemer wordt altijd in overleg tussen werkgever en werknemer vastgesteld.

    Wanneer een werknemer een vastgestelde vakantie wil intrekken, kunt u dat als u daar een goede reden voor heeft (gemotiveerd) weigeren. Een goede/zwaarwegende reden is bijvoorbeeld als een werknemer op zeer korte termijn besluit zijn dagen niet op te nemen en er tijdens zijn afwezigheid al een vervanger is ingehuurd of ingepland. Een andere reden zou kunnen zijn dat niet alle vakanties verschoven kunnen worden, omdat de werkgever later in het jaar dan rooster technische problemen gaat krijgen en dat het nu juist heel goed uit zou komen als de werknemer zijn al geplande vakantiedagen gewoon opneemt.

  • Wordt mijn g-rekening sneller gedeblokkeerd als ik uitstel betaling loonheffingen heb aangevraagd?

    Ja. Naast de bestaande mogelijkheid voor het deblokkeren van overschotten, is het ook mogelijk om de g-rekening vrij te geven ter hoogte van het bedrag waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verleend. Hierdoor krijgen deze ondernemers dezelfde mogelijkheden als ondernemers zonder g-rekening. Een instructie voor het aanvragen van de (aanvullende) deblokkering wordt op de website van de Belastingdienst geplaatst. Op het moment van schrijven is deze instructie nog niet geplaatst. Zodra dit wel het geval is, zullen wij de link naar deze instructie plaatsen in deze vraag en antwoord.

  • Is het mogelijk de reiskostenvergoeding van de medewerkers stop te zetten als zij nu thuiswerken?

    Dat hangt af van de situatie:

    • Is de reiskostenvergoeding geformuleerd als een vergoeding per kilometer voor het overbruggen van woon-werkverkeer? Dan is er een goede grond voor het stopzetten van de regeling nu er immers geen woon-werkverkeer meer hoeft te worden overbrugd.
    • Heeft u een bepaling opgenomen over het stoppen van de vergoeding in het geval van langere afwezigheid? Bijvoorbeeld door ziekte of non-actiefstelling? Dan kunt u daar natuurlijk bij aansluiten in de huidige corona-situatie en de vergoeding stopzetten.
    • Is er sprake van een vaste (reiskosten)vergoeding, zonder enige voorwaarde? Dan is de reiskostenvergoeding echt een vaste arbeidsvoorwaarde. Eenzijdig aanpassen van arbeidsvoorwaarden is dan uitsluitend mogelijk om zwaarwegende redenen. Wanneer een eenzijdig wijzigingsbeding in de arbeidsovereenkomst is opgenomen, is dat de aanpassing van de vergoeding relatief gezien iets eerder en makkelijker te motiveren dan zónder zo’n beding. Maar ook mét beding zal pas, op zijn vroegst na een aantal weken sprake zijn van een zwaarwegende reden.
      Inmiddels is er een tijdelijke maatregel die het, fiscaal mogelijk maakt, een vaste vergoeding bij afwezigheid ook langer dan 6 weken door te betalen. Deze tijdelijke maatregel geldt zo lang de corona maatregels gelden. Door deze nieuwe regeling zal de belastingdienst de vergoeding in deze situatie niet zien als loon wat moet worden gebruteerd.

  • De definitie van omzet in het kader van de NOW

    Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Kern is dat het omzetbegrip in deze regeling zo dicht mogelijk aansluit bij het activiteitenniveau van de onderneming, instelling, of het concern. Dit is van belang omdat de ontwikkeling van de omzetdaling daarmee voor een belangrijk deel kan samenhangen. Op grond van de begrippen in het Burgerlijk Wetboek (en de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (RJ 940) wordt uitgegaan van de netto-omzet, waarbij het gaat om de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon onder aftrek van kortingen en dergelijke van over de omzet geheven belasting. Opbrengsten zijn baten die ontstaan bij de uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming. Dit betekent dat omzet wordt verantwoord als de activiteiten betrekking hebben op de levering van goederen of diensten voor een specifieke klant waarmee een (verkoop)contract is gesloten.

    Voor de categorieën grote en middelgrote rechtspersonen geldt dat zij deze netto-omzet paraat hebben. Middelgrote rechtspersonen hoeven in hun winst- en verliesrekening alleen het bruto-bedrijfsresultaat te melden (en niet hun netto-omzet), waarbij wel geldt dat de middelgrote rechtspersonen een verhoudingscijfer moeten publiceren dat de netto-omzetontwikkeling ten opzichte van het voorgaande jaar weergeeft. Deze rechtspersonen beschikken dus ook over de gegevens van hun netto-omzet.

    De definitie sluit ook voor de meeste kleine ondernemers goed aan bij hun huidige boekhouding. Micro- en kleine rechtspersonen mogen in de meeste gevallen de fiscale netto-omzet hanteren die zij ook gebruiken voor hun aangiften bij de Belastingdienst. Indien deze werkgevers dit omzetbegrip hanteren in hun jaarrekening of geen jaarrekening opmaken, wordt het fiscale omzetbegrip voor hen namelijk gelijkgesteld aan het commerciële omzetbegrip. Voor de kleine rechtspersonen geldt namelijk dat zij de netto-omzet niet afzonderlijk hoeven te verantwoorden in de jaarrekening en ook geen verhoudingscijfer hoeven te publiceren.

    Tevens gelden de wijzigingen in onderhanden projecten voor deze regeling als omzet. Dit sluit aan bij de bepalingen in RJ 221, alinea 402. Onderhanden projecten zijn projecten die zijn overeengekomen met een derde, voor de constructie van een actief of combinatie van activa waarbij de uitvoering zich gewoonlijk uitstrekt over meer dan één verslagperiode (RJ 940). Hierbij is derhalve sprake van een levering van een prestatie aan een klant.

  • Wat is het loonbegrip in het kader van de NOW-regeling?

    De definitieve subsidie bedraagt vanaf 1 januari 2021 maximaal 85% van de loonsom  over een periode van drie maanden. Voor de loonsom wordt uitgegaan van het sociale verzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen met een maximum van € 9.538 per maand . De loonsom waarop het voorschot is gebaseerd wordt door het UWV gehaald uit de polis administratie, waarbij als uitgangspunt de loonsom van de maand juni 2020 wordt gehanteerd.

    Ook werkgeverspremies opbouw pensioen en vakantiebijslag worden gecompenseerd. Dit met een (fictief vastgestelde) opslag voor werkgeverslasten van 40%, dus voor alle gevallen.

    In de formule is de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening : A x B x 3 X 1,4 X 0,8

    Daarbij is:

    A: het percentage van de verwachte omzetdaling;

    B: de totale loonsom van de werknemers vermenigvuldigd met 3 maanden;

    1,4 staat voor de vaste opslag van 40% voor werkgeverslasten;

    0,8 voor het subsidiepercentage van 80%.

  • Hoe wordt de omzetdaling voor de NOW berekend?

    Het percentage van 85 procent van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100 procent. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. Rekenvoorbeeld: dus als de omzetdaling 50 procent is, dan is de vergoeding 42,5 procent van de loonkosten.

    De omzetdaling van minimaal 20 procent moet zich voordoen over een periode van 3 maanden waarvoor de aanvraag plaatsvindt. De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met een vierde van de over het jaar 2019. Blijft de omzetdaling onder de 20 procent, dan kan dus geen beroep op deze noodmaatregel worden gedaan.

  • Wat moeten werkgevers doen met meerdere loonheffingsnummers?

    Als deze werkgever voor zijn gehele loonsom in aanmerking wil komen voor subsidie, zal de werkgever meerdere aanvragen moeten indienen, namelijk per loonheffingennummer. De werkgever dient wel de omzetdaling op te geven die hij voor de gehele onderneming (met dus alle loonheffingsnummers) verwacht; hij/zij vult dus bij elke aanvraag dezelfde omzetdaling en dezelfde meetperiode in.

  • Wanneer geeft het UWV een voorschot van 80 procent?

    Er zal worden gewerkt met een voorschot van 80 procent. Er wordt naar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2 tot 4 weken na aanvraag.

    Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend dient de werkgever definitieve vaststelling van de subsidie aan te vragen. In beginsel is hierbij een accountantsverklaring vereist. Er wordt naar gestreefd om binnen vier weken duidelijkheid te geven onder welke grens een accountantsverklaring niet is vereist. Bij de afrekening kan sprake zijn van een nabetaling of, als bijvoorbeeld om het omzetverlies lager is uitgevallen, terugvordering.

  • Zijn er sancties bij misbruik en oneigenlijk gebruik?

    Uitgangspunt  is dat de werkgever verantwoordelijk is voor de informatie die hij bij zijn aanvraag verstrekt. Dit uitgangspunt komt tot uiting in het vereiste dat de werkgever een zodanig contoleerbare administratie beheert, dat achteraf gecontroleerd kan worden of een subsidie terecht is verstrekt. De werkgever verleent desgevraagd, tot vijf jaar na vaststelling van de subsidie, inzage in deze administratie.

    Ook heeft de werkgever de verplichting direct melding te doen als duidelijk is dat hij niet langer aan de vereisten voor subsidieverlening voldoet. Voor de verificatie van de door de aanvrager verstrekte gegevens, wordt gebruik gemaakt van een gegevensuitwisseling tussen de Belastingdienst en UWV. De uitwisseling richt zich in eerste instantie op de naam en rekeningnummers van aanvragers. UWV heeft tevens de mogelijkheid de betaling van het voorschot op te schorten indien sprake is van een ernstig vermoeden dat niet aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan en kan een reeds verleende subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

    Indien tijdens of bij het vaststellen van de subsidie sprake is van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit, dan heeft UWV de mogelijkheid om aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie (OM). Het OM kan vervolgens een strafrechtelijk onderzoek instellen en overgaan tot strafrechtelijke vervolging. Op grond van informatie van het UWV en/of op grond van signalen en meldingen kan de Inspectie SZW onder gezag van het OM een opsporingsonderzoek instellen.

    Voorts zullen door middel van data-analyse controles worden uitgevoerd. Ook zullen achteraf risicogericht controles worden uitgevoerd, zowel op basis van datacontroles als wel door middel van het gebruik van steekproeven.

  • Is het noodzakelijk om eerst afscheid te nemen van inleenkrachten voordat u gebruik kunt maken van de regeling?

    Nee dat is niet noodzakelijk, u kunt gebruik blijven maken van inleenkrachten (bijvoorbeeld ZZP en uitzendkrachten) maar toch voor een deel van uw eigen personeel de NOW-regeling aanvragen. Wanneer u toch afscheid neemt van inleenkrachten dan zijn daar via de eigen werkgever (uitzendbedrijf) of ZZP (via de overheid) maatregelen voor beschikbaar.

  • Kan ik ook een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming loonkosten voor werknemers met een flexibel contract?

    Ja dat kan. De nieuwe tegemoetkomingsregeling is ook van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft. Denk aan werknemers met een oproepcontract die wel bij u op de loonlijst staan.

  • Is uitstel van betaling pensioenpremie Pensioenfonds Detailhandel mogelijk?

    Ja, het Pensioenfonds Detailhandel kan u op uw verzoek uitstel van betaling van de pensioenpremie geven. Hieraan is wel een aantal voorwaarden verbonden waaronder de eis dat er in het verleden sprake is geweest van een goed betalingsgedrag. Werkgevers die tijdelijk minder, of geen pensioenpremie kunnen betalen, kunnen in aanmerking komen voor uitstel van betaling.

    Deze werkgevers kunnen een betalingsregeling treffen met Pensioenfonds Detailhandel. Bijvoorbeeld door de premiebetaling met maximaal zestig dagen uit te stellen. Neem daarvoor contact op met de Corona-desk van Pensioenfonds Detailhandel, bereikbaar via betalen@pensioenfondsdetailhandel.nl of tussen 9:00 en 17:00 uur via telefoonnummer 088 116 83 81.

    Bekijk voor meer informatie de website.

  • Wat zijn de consequenties voor de tijdnormen als gevolg van de nieuwe CPR (NEN 8012)?

    De nieuwe CPR (Construction Product Regulation) is een norm voor de brandclassificatie van kabels en elektrische leidingen in bouwwerken, die in juli 2016 (overgangsjaar; nog niet bindend) is ingegaan. Inmiddels is deze kabel door verschillende fabrikanten goed gedocumenteerd op basis waarvan de fysieke kenmerken, die voor het verwerken van CPR bekabeling van belang zijn, kunnen worden vergeleken met de overeenkomstige voorlopers van deze kabel.

    Daaruit blijkt dat met name bij de B2ca-kabel de buitendiameter en het gewicht significant afwijken van de oude standaard kabel. Dat geldt in belangrijke mate voor de “lichte” doorsneden. Naarmate de doorsnede toeneemt worden de verschillen kleiner of zelfs nihil. Afgezien van het gegeven dat de buitenmantel dikker is geworden is de samenstelling van het materiaal van de buitenmantel hetzelfde gebleven.

    Het is dus van belang altijd in de specificatie van de fabrikant naar het gewicht te kijken en in de, in het handboek gepubliceerde matrices, de normtijd te kiezen die bij die gewichtsklasse hoort. De tabel met gewichtsklassen is te vinden in het handboek. Verder moet er ook rekening gehouden met extra organisatorische (inkoop, administratie en logistiek) inspanningen.

  • Hoe bereken ik het percentage van de indexatie?

    Dit kan met een eenvoudige berekening. Stel, u wilt de verhoging in procenten van de materiaalindex van januari 2015 naar januari 2016 weten, dan kan dat als volgt:

    januari 2016 -/- januari 2015 x 100%
                januari 2015

    156,1 -/- 151,0 x 100% = 3,4% (afgerond)
            151,0

    Schematisch luidt de formule:

    Nieuw indexcijfer -/- oud indexcijfer x 100%
                    Oud indexcijfer

  • Met welk percentage mag ik een onderhoudscontract verhogen?

    Dat hangt van een aantal zaken af. Bepalend is: wat heeft u met de klant afgesproken in het contract? Als u niks heeft afgesproken hierover dan kunt u met de klant een nieuwe prijsafspraak maken. Als een indexreeks is genoemd moet de verhoging hierop gebaseerd zijn. Een veelgenoemde reeks is de CBS-reeks ‘cao-lonen, bouwnijverheid, inclusief bijzondere beloningen, per uur’. Deze indexreeks staat ook in de ALIB 2007 genoemd als basis om de arbeidscomponent te indexeren. Als u indexeert volgens afspraak, is het belangrijk dat u de indexering elk jaar op een zelfde manier berekent. Anders bestaat het gevaar dat u of periodes overslaat of periodes dubbel doorrekent aan de klant. In circulaire 2016-44-I staat dit uitgebreid uitgelegd, inclusief enkele rekenvoorbeelden.

  • Is er in de tijdnormen rekening gehouden met versnit op materiaal?

    De tijdnormen gaan over handelingen en bewerkingen en niet over materiaalverbruik. De tijdnormen houden geen rekening met (bewerkings)versnit op materiaal. In de tijdnormen zijn niet-vaktechnische werkzaamheden opgenomen zoals het opruimen van de werkplek, het afvoeren van materiaalrestanten en emballage naar buiten de werkplek.

  • Zijn de calculatietijdnormen ook van toepassing op de industrie?

    De calculatietijdnormen zijn vastgesteld voor projectsituaties in de utiliteitsbouw. Voor de industrie gelden andere uitgangspunten die grote invloed hebben op de calculatietijdnormen. Met name de bedrijfsveiligheid speelt hierbij een grote rol. Gebruik eventueel de calculatietijdnormen als referentie en pas vervolgens naar eigen inzicht een correctie toe.

  • Zijn de calculatietijdnormen ook van toepassing in de woningbouw?

    De calculatietijdnormen zijn vastgesteld voor projectsituaties in de utiliteitsbouw. Voor de woningbouw gelden andere uitgangspunten die grote invloed hebben op de calculatietijdnormen. Gebruik eventueel de projectsituatie NR (nieuwbouw repeterend) als referentie en pas vervolgens naar eigen inzicht een correctie toe.

  • Waar kan ik terecht met vragen over het inlezen van de calculatietijdnormen in mijn calculatiepakket?

    Hiervoor neemt u contact op met uw softwareleverancier.

  • Geldt er een speciaal tarief voor scholen en leerlingen?

    Ja, vraag naar de voorwaarden bij Ledenservice.

  • Zijn de vermelde calculatietijdnormen in uren weergegeven?

    Ja, de calculatietijdnormen zijn in mensuren weergegeven. Een tijdnorm van 0,40 staat zodoende voor 0,40 uur = 24 minuten werk.

  • Zijn de handelingen van een leidinggevend monteur/uitvoerder opgenomen in de calculatietijdnormen?

    Ja, maar de hoeveelheid tijd die gemoeid is met zogenaamde niet-vaktechnische werkzaamheden is niet zozeer afhankelijk van de montagehandelingen zelf, maar van een aantal andere factoren. Daarom wordt hiervoor een procentuele toeslag gebruikt.
    Een uitgebreide toelichting hierop vindt u in hoofdstuk 2 van het Handboek Calculatie: ‘Uitgangspunten voor de berekeningswijze van de calculatietijdnormen’.

  • Hoe is de onafhankelijkheid van de normen gewaarborgd?

    De verantwoordelijkheid voor de normen rust bij de Commissie Begroten en Calculeren en de twee werkgroepen die hieronder vallen: elektrotechniek en klimaat-sanitair. Deze groepen vallen onder de Bestuurscommissie Techniek en Markt. De calculatietijdnormen die zij opstellen zijn direct toepasbare getallen die geen bijtellingen of andere correcties nodig hebben. De normen zijn bedoeld voor iedereen, dus niet exclusief voor leden. Ook worden de normen volop gebruikt in het installatietechnisch onderwijs. Hierdoor zijn het algemeen geaccepteerde branchenormen geworden.

  • Zijn de calculatietijdnormen ook digitaal beschikbaar?

    Ja, de calculatietijdnormen zijn verkrijgbaar als databestand. Dit bestand is in te lezen in de gangbare branche-softwarepakketten. De tijdnormen zijn ook beschikbaar als digitaal handboek en gekoppeld aan de artikelbestanden van 2BA. In het overzicht met de producten vindt u een beschrijving van deze mogelijkheden.

  • Zijn de gepubliceerde normen wel actueel en nauwkeurig?

    Ja, alle hoofdstukken worden continu geactualiseerd. We meten de tijden die we gebruiken voor de calculatietijdnormen regelmatig opnieuw, waarbij we de nieuwste materialen en gereedschappen gebruiken.

  • Zijn er ook calculatietijdnormen voor stekerbare installaties?

    Ja, bij de elektrotechnische tijdnormen zijn er tijdnormen opgenomen voor stekerbare installaties. U vindt ze in het hoofdstuk Verlichting.

  • Hoe ga ik om met werkzaamheden in ruimtes boven 40°C?

    De calculatiemiddelen van Techniek Nederland hebben geen concrete toeslagfactoren voor werk in een ruimte waar de temperatuur 40° C of hoger is. Zulke hoge temperaturen zullen uw prestaties en productiviteit sterk beïnvloeden. U zal vaker pauzeren en uiteindelijk minder produceren.

    In de Arbowet worden maatregelen beschreven die door de werkgever moeten worden genomen onder dit soort omstandigheden. Op de site van Arbo Portaal vindt u meer informatie.

    In hoofdstuk 2 en 3 van de Handboeken Calculatie staan de uitgangspunten genoemd waarvoor de calculatietijdnormen gelden. Bij afwijkende omstandigheden zult u dus zelf met de opdrachtgever een toeslag of een andere oplossing moeten afspreken.