Techniek Nederland
Zoeken

Inloggen

Onze leden

bullets

Onze leden richten zich op ontwerp, advies, uitvoering, beheer en onderhoud van technische installaties. Maar ook elektrotechnische detailhandelsbedrijven en reparatiebedrijven zijn lid.

Kwaliteit en vakmanschap

bullets

Leden van Techniek Nederland staan voor kwaliteit, betrouwbaarheid en service. Of het nu gaat om een utiliteits- of infraproject, bedrijf of woning: u weet dat u vakmanschap in huis haalt.

Over Techniek Nederland

bullets

Techniek Nederland is de ondernemersvereniging van technische dienstverleners, installatiebedrijven en de technische detailhandel. Meer dan welke sector ook maken wij technische ontwikkelingen praktisch toepasbaar en daarmee maatschappelijk relevant. We vertegenwoordigen ruim 6.300 bedrijven en zijn als één van de grootste werkgeversorganisaties van Nederland een factor van betekenis.

Onze leden

bullets

Onze leden ontwerpen, leveren, installeren en onderhouden ‘slimme techniek’. Van zonnepaneel, warmtepomp, paneelbouw, badkamers en smart homes, tot snelle en veilige dataverbindingen, innovatieve verkeersoplossingen, complete technische en industriële installaties, steeds slimmere productielijnen en flexibele gebouwen. Op basis van kwaliteit, betrouwbaarheid, vakmanschap en service.

Altijd op de hoogte

bullets

Als brancheorganisatie volgt Techniek Nederland het branchenieuws op de voet. Vaak zijn wij zelf de bron van het nieuws, vanuit onze rol in belangenbehartiging of omdat we nieuwe producten of diensten voor onze leden hebben ontwikkeld.

Gerenommeerde kennispartner

bullets

Via diverse media houden wij niet alleen onze leden, maar ook andere partijen op de hoogte.
Volgt u ons ook?

septenary

FAQ - Calculeren en indexeren

VEELGESTELDE VRAGEN

  • De definitie van omzet in het kader van de NOW

    Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Kern is dat het omzetbegrip in deze regeling zo dicht mogelijk aansluit bij het activiteitenniveau van de onderneming, instelling, of het concern. Dit is van belang omdat de ontwikkeling van de omzetdaling daarmee voor een belangrijk deel kan samenhangen. Op grond van de begrippen in het Burgerlijk Wetboek (en de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (RJ 940) wordt uitgegaan van de netto-omzet, waarbij het gaat om de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon onder aftrek van kortingen en dergelijke van over de omzet geheven belasting. Opbrengsten zijn baten die ontstaan bij de uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming. Dit betekent dat omzet wordt verantwoord als de activiteiten betrekking hebben op de levering van goederen of diensten voor een specifieke klant waarmee een (verkoop)contract is gesloten.

    Voor de categorieën grote en middelgrote rechtspersonen geldt dat zij deze netto-omzet paraat hebben. Middelgrote rechtspersonen hoeven in hun winst- en verliesrekening alleen het bruto-bedrijfsresultaat te melden (en niet hun netto-omzet), waarbij wel geldt dat de middelgrote rechtspersonen een verhoudingscijfer moeten publiceren dat de netto-omzetontwikkeling ten opzichte van het voorgaande jaar weergeeft. Deze rechtspersonen beschikken dus ook over de gegevens van hun netto-omzet.

    De definitie sluit ook voor de meeste kleine ondernemers goed aan bij hun huidige boekhouding. Micro- en kleine rechtspersonen mogen in de meeste gevallen de fiscale netto-omzet hanteren die zij ook gebruiken voor hun aangiften bij de Belastingdienst. Indien deze werkgevers dit omzetbegrip hanteren in hun jaarrekening of geen jaarrekening opmaken, wordt het fiscale omzetbegrip voor hen namelijk gelijkgesteld aan het commerciële omzetbegrip. Voor de kleine rechtspersonen geldt namelijk dat zij de netto-omzet niet afzonderlijk hoeven te verantwoorden in de jaarrekening en ook geen verhoudingscijfer hoeven te publiceren.

    Tevens gelden de wijzigingen in onderhanden projecten voor deze regeling als omzet. Dit sluit aan bij de bepalingen in RJ 221, alinea 402. Onderhanden projecten zijn projecten die zijn overeengekomen met een derde, voor de constructie van een actief of combinatie van activa waarbij de uitvoering zich gewoonlijk uitstrekt over meer dan één verslagperiode (RJ 940). Hierbij is derhalve sprake van een levering van een prestatie aan een klant.

  • Wat is het loonbegrip in het kader van de NOW-regeling?

    De subsidie bedraagt maximaal 90 procent van de loonsom over een periode van drie maanden die naar eigen keuze begint in de periode van maart 2020 tot en met mei 2020.

    Dat kan dus de periode zijn:

    • Van 1 maart t/m 31 mei 2020
    • Van 1 april t/m 30 juni 2020
    • Van 1 mei t/m 31 juli 2020

    De keuze voor de meetperiode moet worden gemaakt bij de aanvang en kan later niet meer worden aangepast.

    Voor de loonsom wordt uitgegaan van het sociale verzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen met een maximum van 9.538 euro per maand.

    Ook werkgeverspremies opbouw pensioen en vakantiebijslag worden gecompenseerd. Dit met een (fictief vastgestelde) opslag voor werkgeverslasten van 30 procent, dus voor alle gevallen.

    In de formule is de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening : A x B x 3 X 1,3 X 0,9

    Daarbij is:
    A: het percentage van de verwachte omzetdaling;
    B: de totale loonsom van de werknemers vermenigvuldigd met 3 maanden;
    1,3 staat voor de vaste opslag van 30 procent voor werkgeverslasten
    0,9 voor het subsidiepercentage van 90 procent

  • Hoe wordt de omzetdaling voor de NOW berekend?

    Het percentage van 90 procent van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100 procent. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. Rekenvoorbeeld: dus als de omzetdaling 50 procent is, dan is de vergoeding 45 procent van de loonkosten.

    De omzetdaling van minimaal 20 procent moet zich voordoen over een periode van 3 maanden waarvan de startdatum valt op de eerste dag van de maanden maart, april of mei 2020. De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met de omzet van januari tot en met december 2019, gedeeld door vier. Blijft de omzetdaling onder de 20 procent, dan kan dus geen beroep op deze noodmaatregel worden gedaan.

  • Wordt de omzetdaling op concernniveau berekend?

    Ja, voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijk persoon gaat het om de (verwachte) omzetdaling op het niveau van de natuurlijke persoon of rechtspersoon. Als sprake is van een samenstelling van rechtspersonen geldt de omzetdaling op concernniveau; daarmee wordt zo goed mogelijk aangesloten bij het verband tussen de omzetdaling en inzet van personeel en bij wat in jaarrekeningenrecht gebruikelijk is.

  • Hoe werkt de aanvraagprocedure ?

    Hierboven is uiteengezet hoe de omzetbepaling berekend zal worden. Werkgevers dienen, naast het opgeven van gegevens als bedrijfsnaam en loonheffingennummer, de volgende stappen te doorlopen:

    • De werkgever vraagt subsidie aan voor de loonsom in verband met een terugval in omzet van meer dan 20 procent.
    • Als de werkgever verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan de werkgever aangeven dat hij de meetperiode voor de omzetvergelijking één of twee maanden uiterlijk later wil laten aanvangen. De loonsom blijft ook in deze gevallen de loonsom van maart, april, mei 2020.
    • De werkgever noteert de verwachte omzet in de drie maanden van de door hem/haar gekozen meetperiode en vergelijkt deze met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier, zodat beide cijfers zien op een omzet over drie maanden.
    • Op basis daarvan berekent de werkgever het omzetverlies in procenten. Dat percentage wordt op het aanvraagformulier ingevuld.
    • Voor bijzondere situaties (het bedrijf bestond niet gedurende geheel 2019; het bedrijf maakt onderdeel uit van een groter geheel), bevat de nadere toelichting op het formulier aanwijzingen voor de juiste berekening van het omzetverlies.

  • Wat moeten werkgevers doen met meerdere loonheffingsnummers?

    Als deze werkgever voor zijn gehele loonsom in aanmerking wil komen voor subsidie, zal de werkgever meerdere aanvragen moeten indienen, namelijk per loonheffingennummer. De werkgever dient wel de omzetdaling op te geven die hij voor de gehele onderneming (met dus alle loonheffingsnummers) verwacht; hij vult dus bij elke aanvraag dezelfde omzetdaling en dezelfde meetperiode in.

  • Wanneer geeft het UWV een voorschot van 80 procent?

    Er zal worden gewerkt met een voorschot van 80%. Voor de berekening van het voorschot wordt gebruik gemaakt van een referentieperiode, omdat het loon van maart tot en met mei 2020 nog niet bekend is. Die referentieperiode is het loon over de maand januari 2020, van dit loon ontvangt u dan een voorschot van 80%. De betaling van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. Er wordt naar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2 tot 4 weken na aanvraag (mogelijk vanaf 6 april).

    Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend dient de werkgever definitieve vaststelling van de subsidie aan te vragen. In beginsel is hierbij een accountantsverklaring vereist. Er wordt naar gestreefd om binnen vier weken duidelijkheid te geven onder welke grens een accountantsverklaring niet is vereist. Bij de afrekening kan sprake zijn van een nabetaling of, als bijvoorbeeld om het omzetverlies lager is uitgevallen, terugvordering.

  • Wat zijn belangrijke voorwaarden voor deelname aan de regeling ?

    Aan deelname aan de regeling zijn, gelet op het doel ervan – behoud van banen - een tweetal belangrijke voorwaarden verbonden: de inspanningsverplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en de voorwaarde om gedurende de periode waarvoor subsidie ontvangen wordt geen ontslagaanvraag te doen wegens bedrijfseconomische omstandigheden.

    a. Inspanningsverplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden

    Om in aanmerking te komen voor subsidie wordt verwacht dat de werkgever zich inspant om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en werknemers dus door te betalen. Een daling van de loonsom zal dan ook gevolgen hebben voor de hoogte van de uiteindelijke subsidie waar de werkgever aanspraak op kan maken.

    b. Geen ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen.

    Van de werkgever wordt verlangd zich er bij de aanvraag van de NOW aan te committeren, geen ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan te vragen. Dit geldt voor de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020.

    Indien toch ontslag wordt aangevraagd en deze aanvraag niet (of niet tijdig) is ingetrokken, wordt bij de vaststelling van de subsidie een correctie doorgevoerd. Bij de vaststelling van de subsidie wordt vastgesteld wat het loon is van de werknemers voor wie ontslag is aangevraagd. Dit loon wordt vervolgens verhoogd met 50 procent. Dit loon plus de vermeerdering van 50 procent wordt in mindering gebracht op de totale loonsom waarop de uiteindelijke hoogte van de subsidie wordt gebaseerd.

  • Zijn er sancties bij misbruik en oneigenlijk gebruik?

    Uitgangspunt  is dat de werkgever verantwoordelijk is voor de informatie die hij bij zijn aanvraag verstrekt. Dit uitgangspunt komt tot uiting in het vereiste dat de werkgever een zodanig contoleerbare administratie beheert, dat achteraf gecontroleerd kan worden of een subsidie terecht is verstrekt. De werkgever verleent desgevraagd, tot vijf jaar na vaststelling van de subsidie, inzage in deze administratie.

    Ook heeft de werkgever de verplichting direct melding te doen als duidelijk is dat hij niet langer aan de vereisten voor subsidieverlening voldoet. Voor de verificatie van de door de aanvrager verstrekte gegevens, wordt gebruik gemaakt van een gegevensuitwisseling tussen de Belastingdienst en UWV. De uitwisseling richt zich in eerste instantie op de naam en rekeningnummers van aanvragers. UWV heeft tevens de mogelijkheid de betaling van het voorschot op te schorten indien sprake is van een ernstig vermoeden dat niet aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan en kan een reeds verleende subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

    Indien tijdens of bij het vaststellen van de subsidie sprake is van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit, dan heeft UWV de mogelijkheid om aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie (OM). Het OM kan vervolgens een strafrechtelijk onderzoek instellen en overgaan tot strafrechtelijke vervolging. Op grond van informatie van het UWV en/of op grond van signalen en meldingen kan de Inspectie SZW onder gezag van het OM een opsporingsonderzoek instellen.

    Voorts zullen door middel van data-analyse controles worden uitgevoerd. Ook zullen achteraf risicogericht controles worden uitgevoerd, zowel op basis van datacontroles als wel door middel van het gebruik van steekproeven.

  • Is het noodzakelijk om eerst afscheid te nemen van inleenkrachten voordat u gebruik kunt maken van de regeling?

    Nee dat is niet noodzakelijk, u kunt gebruik blijven maken van inleenkrachten (bijvoorbeeld ZZP en uitzendkrachten) maar toch voor een deel van uw eigen personeel de NOW-regeling aanvragen. Wanneer u toch afscheid neemt van inleenkrachten dan zijn daar via de eigen werkgever (uitzendbedrijf) of ZZP (via de overheid) maatregelen voor beschikbaar.

  • Kan ik ook een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming loonkosten voor werknemers met een flexibel contract?

    Ja dat kan. De nieuwe tegemoetkomingsregeling is ook van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft. Denk aan werknemers met een oproepcontract die wel bij u op de loonlijst staan.

  • De regeling werktijdverkorting (wtv) is stopgezet als ‘corona-maatregel’. Welke maatregel komt daarvoor in de plaats?

    Het kabinet introduceert de tijdelijke maatregel Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). Deze regeling is op 31 maart 2020 bekend gemaakt. De verwachting is dat het aanmeldingsloket vanaf 6 april 2020 beschikbaar is en dat dan binnen twee tot vier weken na de aanvraag een eerste termijnbetaling van het voorschot volgt. Wanneer u een aanvraag voor deze “oude”regeling heeft ingediend dan wordt deze omgezet naar de nieuwe regeling. Wel krijgt u dan een verzoek om nog aanvullende gegevens met betrekking tot de omzet aan te leveren.

  • Waarom is de regeling werktijdverkorting gestopt als maatregel?

    • De uitbraak van het coronavirus heeft de afgelopen weken geleid tot een ongekend groot beroep op de wtv-regeling.
    • Deze regeling is niet toegesneden op de ingrijpende gevolgen van de corona-uitbraak voor Nederlandse bedrijven en organisaties. En was administratief zeer bewerkelijk. Daarom is de werktijdverkorting ingetrokken.
    • Het kabinet wil graag meer werkgevers financieel tegemoetkomen en dit bovendien sneller doen dan binnen de ingetrokken wtv-regeling en doet dit via de nieuwe tegemoetkomingsregeling.

  • Ik heb werktijdverkorting aangevraagd via de website die daarvoor is, maar heb nog geen antwoord gehad. Moet ik dat afwachten of moet ik zelf iets doen?

    U krijgt hierover bericht. Uw aanvraag voor de ingetrokken wtv-regeling wordt beschouwd als een aanvraag voor de nieuwe tegemoetkomingsregeling. Wel zal bij u aanvullende informatie opgevraagd worden.

  • Coulanceregeling 'schriftelijke arbeidsovereenkomst' verlengd

    Om met ingang van 1 januari 2020 de lage WW-premie te kunnen toepassen moet er sprake zijn van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, die geen oproepovereenkomst is. De coulanceregeling houdt kort gezegd in dat werkgevers tot 1 april 2020 de tijd krijgen om deze schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in het personeelsdossier vast te leggen, zodat alsnog met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020 de lage WW-premie kan worden toegepast.

    Vanwege het coronavirus is het niet voor alle werkgevers praktisch mogelijk om aan die voorwaarde te voldoen. Daarom wordt deze periode verlengd tot 1 juli 2020. Werkgevers hebben dus tot en met 30 juni 2020 de tijd om dit te regelen. Dit betekent dat werkgevers tot die tijd de lage WW-premie mogen afdragen, ook als de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (niet zijnde een oproepovereenkomst) nog niet schriftelijk is vastgelegd, of als de arbeidsovereenkomst of het addendum nog niet door beide partijen is ondertekend. In zulke situaties kunnen werkgevers in de loonaangifte over die tijdvakken de indicatierubriek ‘schriftelijke arbeidsovereenkomst’ invullen met ‘ja’. Deze coulance geldt alleen voor arbeidsovereenkomsten van werknemers die vóór 1 januari 2020 in dienst zijn getreden. Voor andere arbeidsovereenkomsten geldt de coulance niet.

    Uiterlijk vóór 1 juli 2020 moet voor deze werknemers de door beide partijen ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst of het door beide partijen ondertekende schriftelijke addendum in de loonadministratie aanwezig te zijn en moet daaruit blijken dat de werknemer reeds ultimo 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst was. Ook een digitale handtekening volstaat, evenals instemming via de e-mail of in een HR-systeem. Als niet vóór 1 juli 2020 aan deze voorwaarden is voldaan maar de arbeidsovereenkomst wel voortduurt na 30 juni, is met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 alsnog de hoge WW-premie verschuldigd.

  • Welke tijdelijke maatregelen voor uitstel betaling pensioenpremies PMT zijn er?

    Half februari heeft u de eerste combinota van 2020 ontvangen. Wanneer u een problemen heeft met de betaling van deze combinota dan kunt u gebruik maken van de volgende mogelijkheden:

    • Wij bieden u een maand langer om de betaling te voldoen, namelijk tot 15 april. Het is niet nodig contact op te nemen met PMT als u gebruik wilt maken van deze langere betalingstermijn.
    • We berekenen geen rente en geen boete bij een te late betaling van de eerste combinota.
    • Als betaling voor 15 april niet mogelijk is, kunt u een beroep doen op een betalingsregeling. Deze kunt u aanvragen via bpmtonline

    De maatregelen van PMT zijn van tijdelijke aard én in afwachting van de uitvoering van de nieuwe regeling van de overheid inzake de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud. Mogelijk biedt deze nieuwe regeling van het kabinet een oplossing voor de pensioenpremies. Afhankelijk hiervan zal PMT zich beraden op eventuele aanvullende maatregelen ten aanzien van het invorderingsbeleid. Wij streven ernaar dit uiterlijk 15 april duidelijk te hebben voor u.

    Kijk voor meer informatie op de website van PMT

  • Is uitstel van betaling pensioenpremie Pensioenfonds Detailhandel mogelijk?

    Ja, het Pensioenfonds Detailhandel kan u op uw verzoek uitstel van betaling van de pensioenpremie geven. Hieraan is wel een aantal voorwaarden verbonden waaronder de eis dat er in het verleden sprake is geweest van een goed betalingsgedrag. Werkgevers die tijdelijk minder, of geen pensioenpremie kunnen betalen, kunnen in aanmerking komen voor uitstel van betaling.

    Deze werkgevers kunnen een betalingsregeling treffen met Pensioenfonds Detailhandel. Bijvoorbeeld door de premiebetaling met maximaal zestig dagen uit te stellen. Neem daarvoor contact op met de Corona-desk van Pensioenfonds Detailhandel, bereikbaar via mail of tussen 9:00 en 17:00 via telefoonnummer 088-1168381.

    Bekijk voor meer informatie de website www.pensioenfondsdetailhandel.nl

  • Wat zijn de consequenties voor de tijdnormen als gevolg van de nieuwe CPR (NEN 8012)?

    De nieuwe CPR (Construction Product Regulation) is een norm voor de brandclassificatie van kabels en elektrische leidingen in bouwwerken, die in juli 2016 (overgangsjaar; nog niet bindend) is ingegaan. Inmiddels is deze kabel door verschillende fabrikanten goed gedocumenteerd op basis waarvan de fysieke kenmerken, die voor het verwerken van CPR bekabeling van belang zijn, kunnen worden vergeleken met de overeenkomstige voorlopers van deze kabel.

    Daaruit blijkt dat met name bij de B2ca-kabel de buitendiameter en het gewicht significant afwijken van de oude standaard kabel. Dat geldt in belangrijke mate voor de “lichte” doorsneden. Naarmate de doorsnede toeneemt worden de verschillen kleiner of zelfs nihil. Afgezien van het gegeven dat de buitenmantel dikker is geworden is de samenstelling van het materiaal van de buitenmantel hetzelfde gebleven.

    Het is dus van belang altijd in de specificatie van de fabrikant naar het gewicht te kijken en in de, in het handboek gepubliceerde matrices, de normtijd te kiezen die bij die gewichtsklasse hoort. De tabel met gewichtsklassen is te vinden in het handboek. Verder moet er ook rekening gehouden met extra organisatorische (inkoop, administratie en logistiek) inspanningen.

  • Hoe bereken ik het percentage van de indexatie?

    Dit kan met een eenvoudige berekening. Stel, u wilt de verhoging in procenten van de materiaalindex van januari 2015 naar januari 2016 weten, dan kan dat als volgt:

    januari 2016 -/- januari 2015 x 100%
                januari 2015

    156,1 -/- 151,0 x 100% = 3,4% (afgerond)
            151,0

    Schematisch luidt de formule:

    Nieuw indexcijfer -/- oud indexcijfer x 100%
                    Oud indexcijfer

  • Met welk percentage mag ik een onderhoudscontract verhogen?

    Dat hangt van een aantal zaken af. Bepalend is: wat heeft u met de klant afgesproken in het contract? Als u niks heeft afgesproken hierover dan kunt u met de klant een nieuwe prijsafspraak maken. Als een indexreeks is genoemd moet de verhoging hierop gebaseerd zijn. Een veelgenoemde reeks is de CBS-reeks ‘cao-lonen, bouwnijverheid, inclusief bijzondere beloningen, per uur’. Deze indexreeks staat ook in de ALIB 2007 genoemd als basis om de arbeidscomponent te indexeren. Als u indexeert volgens afspraak, is het belangrijk dat u de indexering elk jaar op een zelfde manier berekent. Anders bestaat het gevaar dat u of periodes overslaat of periodes dubbel doorrekent aan de klant. In circulaire 2016-44-I staat dit uitgebreid uitgelegd, inclusief enkele rekenvoorbeelden.

  • Is er in de tijdnormen rekening gehouden met versnit op materiaal?

    De tijdnormen gaan over handelingen en bewerkingen en niet over materiaalverbruik. De tijdnormen houden geen rekening met (bewerkings)versnit op materiaal. In de tijdnormen zijn niet-vaktechnische werkzaamheden opgenomen zoals het opruimen van de werkplek, het afvoeren van materiaalrestanten en emballage naar buiten de werkplek.

  • Zijn de calculatietijdnormen ook van toepassing op de industrie?

    De calculatietijdnormen zijn vastgesteld voor projectsituaties in de utiliteitsbouw. Voor de industrie gelden andere uitgangspunten die grote invloed hebben op de calculatietijdnormen. Met name de bedrijfsveiligheid speelt hierbij een grote rol. Gebruik eventueel de calculatietijdnormen als referentie en pas vervolgens naar eigen inzicht een correctie toe.

  • Zijn de calculatietijdnormen ook van toepassing in de woningbouw?

    De calculatietijdnormen zijn vastgesteld voor projectsituaties in de utiliteitsbouw. Voor de woningbouw gelden andere uitgangspunten die grote invloed hebben op de calculatietijdnormen. Gebruik eventueel de projectsituatie NR (nieuwbouw repeterend) als referentie en pas vervolgens naar eigen inzicht een correctie toe.

  • Waar kan ik terecht met vragen over het inlezen van de calculatietijdnormen in mijn calculatiepakket?

    Hiervoor neemt u contact op met uw softwareleverancier.

  • Geldt er een speciaal tarief voor scholen en leerlingen?

    Ja, vraag naar de voorwaarden bij Ledenservice.

  • Zijn de vermelde calculatietijdnormen in uren weergegeven?

    Ja, de calculatietijdnormen zijn in mensuren weergegeven. Een tijdnorm van 0,40 staat zodoende voor 0,40 uur = 24 minuten werk.

  • Zijn de handelingen van een leidinggevend monteur/uitvoerder opgenomen in de calculatietijdnormen?

    Ja, maar de hoeveelheid tijd die gemoeid is met zogenaamde niet-vaktechnische werkzaamheden is niet zozeer afhankelijk van de montagehandelingen zelf, maar van een aantal andere factoren. Daarom wordt hiervoor een procentuele toeslag gebruikt.
    Een uitgebreide toelichting hierop vindt u in hoofdstuk 2 van het Handboek Calculatie: ‘Uitgangspunten voor de berekeningswijze van de calculatietijdnormen’.

  • Hoe is de onafhankelijkheid van de normen gewaarborgd?

    De verantwoordelijkheid voor de normen rust bij de Commissie Begroten en Calculeren en de twee werkgroepen die hieronder vallen: elektrotechniek en klimaat-sanitair. Deze groepen vallen onder de Bestuurscommissie Techniek en Markt. De calculatietijdnormen die zij opstellen zijn direct toepasbare getallen die geen bijtellingen of andere correcties nodig hebben. De normen zijn bedoeld voor iedereen, dus niet exclusief voor leden. Ook worden de normen volop gebruikt in het installatietechnisch onderwijs. Hierdoor zijn het algemeen geaccepteerde branchenormen geworden.

  • Zijn de calculatietijdnormen ook digitaal beschikbaar?

    Ja, de calculatietijdnormen zijn verkrijgbaar als databestand. Dit bestand is in te lezen in de gangbare branche-softwarepakketten. De tijdnormen zijn ook beschikbaar als digitaal handboek en gekoppeld aan de artikelbestanden van 2BA. In het overzicht met de producten vindt u een beschrijving van deze mogelijkheden.

  • Zijn de gepubliceerde normen wel actueel en nauwkeurig?

    Ja, alle hoofdstukken worden continu geactualiseerd. We meten de tijden die we gebruiken voor de calculatietijdnormen regelmatig opnieuw, waarbij we de nieuwste materialen en gereedschappen gebruiken.

  • Zijn er ook calculatietijdnormen voor stekerbare installaties?

    Ja, bij de elektrotechnische tijdnormen zijn er tijdnormen opgenomen voor stekerbare installaties. U vindt ze in het hoofdstuk Verlichting.

  • Hoe ga ik om met werkzaamheden in ruimtes boven 40°C?

    De calculatiemiddelen van Techniek Nederland hebben geen concrete toeslagfactoren voor werk in een ruimte waar de temperatuur 40° C of hoger is. Zulke hoge temperaturen zullen uw prestaties en productiviteit sterk beïnvloeden. U zal vaker pauzeren en uiteindelijk minder produceren.

    In de Arbowet worden maatregelen beschreven die door de werkgever moeten worden genomen onder dit soort omstandigheden. Op de site van Arbo Portaal vindt u meer informatie.

    In hoofdstuk 2 en 3 van de Handboeken Calculatie staan de uitgangspunten genoemd waarvoor de calculatietijdnormen gelden. Bij afwijkende omstandigheden zult u dus zelf met de opdrachtgever een toeslag of een andere oplossing moeten afspreken.