Techniek Nederland
Zoeken

Inloggen

Onze leden

bullets

Onze leden richten zich op ontwerp, advies, uitvoering, beheer en onderhoud van technische installaties. Maar ook elektrotechnische detailhandelsbedrijven en reparatiebedrijven zijn lid.

Kwaliteit en vakmanschap

bullets

Leden van Techniek Nederland staan voor kwaliteit, betrouwbaarheid en service. Of het nu gaat om een utiliteits- of infraproject, bedrijf of woning: u weet dat u vakmanschap in huis haalt.

Over Techniek Nederland

bullets

Techniek Nederland is de ondernemersvereniging van technische dienstverleners, installatiebedrijven en de technische detailhandel. Meer dan welke sector ook maken wij technische ontwikkelingen praktisch toepasbaar en daarmee maatschappelijk relevant. We vertegenwoordigen ruim 6.300 bedrijven en zijn als één van de grootste werkgeversorganisaties van Nederland een factor van betekenis.

Onze leden

bullets

Onze leden ontwerpen, leveren, installeren en onderhouden ‘slimme techniek’. Van zonnepaneel, warmtepomp, paneelbouw, badkamers en smart homes, tot snelle en veilige dataverbindingen, innovatieve verkeersoplossingen, complete technische en industriële installaties, steeds slimmere productielijnen en flexibele gebouwen. Op basis van kwaliteit, betrouwbaarheid, vakmanschap en service.

Altijd op de hoogte

bullets

Als brancheorganisatie volgt Techniek Nederland het branchenieuws op de voet. Vaak zijn wij zelf de bron van het nieuws, vanuit onze rol in belangenbehartiging of omdat we nieuwe producten of diensten voor onze leden hebben ontwikkeld.

Gerenommeerde kennispartner

bullets

Via diverse media houden wij niet alleen onze leden, maar ook andere partijen op de hoogte.
Volgt u ons ook?

septenary

FAQ - Calculeren en indexeren

VEELGESTELDE VRAGEN

  • Mondkapjes zijn sinds 1 juni 2020 verplicht in het openbaar vervoer. Ben ik verplicht deze voor mijn werknemers te vergoeden?

    Sinds 1 juni 2020 is een niet-medisch mondkapje verplicht voor reizigers in het openbaar vervoer.

    Als werkgever moet u zorgen voor een veilige werkomgeving. Deze zorgplicht kan zich ook uitstrekken tot deelname van uw werknemer aan het verkeer, voor zover deze deelname plaatsvindt in de uitoefening van de werkzaamheden van de werknemer. Het woon-werkverkeer is privétijd en valt niet onder het bereik van de zorgplicht van de werkgever. Onder omstandigheden valt zakelijk verkeer wel onder de zorgplicht, maar dan is deze gekoppeld aan risico’s bij deelname aan het verkeer waarvoor u uw werknemers moet waarschuwen, instrueren of verzekeren.

    De verplichting om in het openbaar vervoer mondkapjes te dragen heeft niets te maken met de bescherming van de drager zelf of gezondheidsrisico’s die hij loopt bij het niet-dragen. Een niet-medisch mondkapje beschermt niet de drager zelf, maar kan de mensen rondom de drager beschermen als die het zorgvuldig draagt en gebruikt. Bij niet dragen van een mondkapje riskeert men een boete van € 95,-.

    U bent dus niet verplicht om mondkapjes aan uw werknemers te verstrekken of vergoeden.

    Bij het vergoeden of verstrekken van mondkapjes door de werkgever bij reizen in het openbaar vervoer gaat het in feite om het vergoeden van reiskosten of het verstrekken van middelen om te reizen. Dit bent u als werkgever wettelijk niet verplicht. Vaak is wel afgesproken dat de werknemer zijn reiskosten vergoed krijgt of stelt de werkgever een auto ter beschikking. Waar niet overeengekomen is dat mondkapjes worden vergoed of verstrekt, hoeft u dit dus niet te doen. Natuurlijk mag het wel. Van de Belastingdienst mag u mondkapjes onbelast vergoeden of verstrekken aan uw werknemers (gerichte vrijstelling). Deze kosten horen tot de werkelijke kosten van het openbaar vervoer, omdat werknemers niet zonder mondkapje met het openbaar vervoer mogen reizen.

  • Medewerkers gaan nu hun vakanties regelen. Hoe moet ik omgaan met eventuele quarantaineverplichting of ziekmelding ná die vakantie?

    Wanneer een werknemer op vakantie gaat naar een land met een geel risicoprofiel, acht de overheid dat geen groter risico dan verblijf in Nederland. Wanneer een werknemer tijdens of na het bezoek aan een land met een geel profiel wordt geconfronteerd met een verplichte quarantaine periode wordt dat gezien als risico werkgever. De werkgever moet het loon daardoor doorbetalen in die periode.
    Als een werknemer tijdens of na het bezoek aan een land met een geel risicoprofiel arbeidsongeschikt wordt, is dit een gewone ziekmelding.

    Een vakantie naar een land met een oranje of rood risicoprofiel is een andere situatie. Vakantiereizen naar deze landen worden immers door de overheid afgeraden. In het geval de werknemer tijdens of na het bezoek aan dit land met een verplichte quarantaine te maken krijgt of bijvoorbeeld niet terug kan reizen naar Nederland, is dit risico werknemer. Wij raden u aan de werknemer al voor zijn vakantie naar zo’n land schriftelijk te laten weten dat hij dus het risico loopt in zo’n geval extra verlofdagen te moeten opnemen of geen loon te krijgen over zo’n periode.

    Wanneer de werknemer tijdens of na het bezoek aan dit land ziek wordt, wordt dit gezien als een gewone ziekmelding.

    De werkgever mag bij verzuim wegens arbeidsongeschiktheid in beide situaties uitsluitend verlofdagen inhouden als de werknemer daarmee expliciet instemt.

    De versoepeling heeft inmiddels plaatsgevonden in de mogelijkheden voor vakantie naar een aantal landen. Situatie en advies per land is te lezen via de website van Nederlandwereldwijd.

     

  • Wanneer kan ik NOW 2.0 aanvragen?

    Het streven is naar openstelling van het tweede aanvraagtijdvak per 6 juli 2020, waarbij een tegemoetkoming voor de loonkosten over de periode juni, juli en augustus kan worden aangevraagd.

  • Wie kan deelnemen aan NOW 2.0?

    Iedere werkgever die voldoet aan de voorwaarden (onder andere een verwacht omzetverlies van ten minste 20%) kan een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming in de loonkosten, of u nu al wel of niet hebt deelgenomen aan de eerste NOW. Indien u een eerste aanvraag doet kunt u de periode voor omzetdaling laten beginnen op 1 juni, 1 juli of 1 augustus. Indien u voor de tweede keer een beroep doet op de NOW moet de omzetperiode aansluiten op de periode gekozen in het eerste tijdvak.

  • Hoe wordt geborgd dat werkgevers werknemers stimuleren tot een ontwikkeladvies en/of scholing?

    Werkgevers die gebruikmaken van NOW zijn verplicht om hun OR te informeren over het feit dat zij deelnemen aan NOW. Mochten werkgevers niet uit zich zelf aandacht geven aan loopbaanontwikkeling en scholing, dan kan de OR of personeelsvertegenwoordiging de vinger aan de pols houden en de werkgever hierop aanspreken.

  • Hoe werkt de inspanningsverplichting tot het stimuleren van een ontwikkeladvies en/of scholing?

    Voor het tweede tijdvak van de NOW geldt voor werkgevers een inspanningsverplichting om hun werknemers te stimuleren een ontwikkeladvies aan te vragen of scholing te volgen voor behoud van werk. Op het moment dat het werk sterk is verminderd of dreigt te verdwijnen is er mogelijk ruimte voor oriëntatie op een andere loopbaan en/of scholing richting ander werk. Werkgevers kunnen hun werknemers stimuleren door bijvoorbeeld tijd of middelen, bijvoorbeeld uit O&O-fondsen, beschikbaar te stellen.

    Ter ondersteuning stelt het kabinet 50 miljoen euro beschikbaar voor een crisispakket ‘NL leert door’. Daarmee kunnen mensen die door de crisis hun werk verloren hebben of dreigen te verliezen zich heroriënteren op baankansen en daarvoor zo nodig (online) scholing volgen. Dit crisispakket heeft een looptijd van juli tot en met december 2020. Nadere informatie en voorlichting hierover volgt.

  • Ik heb in maart een extra periode salaris (zoals een dertiende maand) uitbetaald. Daarmee is mijn loonsom van maart hoger. Wat is het effect hiervan voor de hoogte van de subsidie?

    In het tweede subsidietijdvak van de NOW wordt de subsidie gebaseerd op de loonsom van maart en vergeleken met de loonsom van juni, juli en augustus. Bij de bevoorschotting en de vaststelling van de subsidie zal UWV de loonsommen van de verschillende maanden zo zuiver mogelijk toepassen en vergelijken. Zo worden extra periode salarissen, zoals een dertiende maand, en de uitbetaling van vakantiebijslag uit de loonsommen gehaald. Het uitbetalen van een extra periode salaris heeft daarmee geen effect op de hoogte van de subsidie.

  • NOW 2.0 heeft enkele aanpassingen ten opzichte van de huidige NOW. Wat zijn de gewijzigde voorwaarden die vanaf 1 juni gelden?

    • De referentiemaand voor de loonsom is voor het tweede tijdvak vastgesteld op maart 2020 (peildatum 15 mei).
    • De verplichting om geen ontslag aan te vragen blijft gehandhaafd, maar de korting (ontslagboete) op de subsidie wordt verlaagd van 150% naar 100%.
    • Aan werkgevers wordt in NOW 2.0 de inspanningsverplichting opgelegd om hun werknemers te stimuleren een ontwikkeladvies aan te vragen of scholing te volgen voor behoud van werk.
    • Over 2020 en tot en met de aandeelhoudersvergadering in 2021 mag geen dividend of bonus worden uitgekeerd en mogen er geen eigen aandelen worden ingekocht, wanneer er sprake is van een steunbedrag op of boven het bedrag waarvoor een accountantsverklaring vereist is. Voor werkmaatschappijen die als onderdeel van een concern een NOW-subsidie hebben gekregen geldt dit drempelbedrag niet, zij moeten zich hier altijd aan houden.
    • De opslag op de loonkosten wordt verhoogd van 30% naar 40%.

  • Worden aanvragen voor de steunmaatregel openbaar gemaakt?

    Aanvragers van de NOW-subsidie, inclusief de verleende voorschotten en de vastgestelde subsidie, worden openbaar gemaakt op de website van het UWV. Dit zal vanaf medio juni gaan gebeuren.

  • Wat zijn de grensbedragen voor controle accountantsverklaring?

    Bij de aanvraag voor de definitieve vaststelling van de Noodmaatregel subsidie is een accountantsverklaring vereist als het concern of de rechtspersoon een voorschot heeft ontvangen van (in totaal) € 100.000,- of meer, of als de subsidie wordt vastgesteld op € 125.000,- of meer. Bij een voorschot van € 20.000,- of meer, of een vaststellingsbedrag van € 25.000 of meer is een verklaring van een deskundige derde nodig die de omzetdaling bevestigt. Een deskundige derde is bijvoorbeeld een administratiekantoor, een financieel dienstverlener of een brancheorganisatie.

  • Is er een alternatieve referentie-omzet bij overgang van onderneming in 2019?

    De omzetdaling wordt bepaald door de omzet in de gekozen meetperiode (maart-mei, april-juni of mei-juli) af te zetten tegen 25% van de omzet over 2019. Bij overgang van onderneming in 2019 geeft de referentie-omzet over 2019 veelal geen juist beeld, omdat de bestaande onderneming nog niet (volledig) bestond. In die gevallen kan de werkgever kiezen voor de regeling m.b.t. de referentie-omzet zoals die nu al geldt voor bedrijven die na 1 januari 2019 gestart zijn. De referentie-omzet wordt dan bepaald over de maanden vanaf de start van het bedrijf of de overgang van onderneming, tot en met 29 februari 2020. Dit wordt dan omgerekend naar een periode van drie maanden. De start of overgang van onderneming moet hebben plaatsgevonden voor 1 februari 2020.

  • Tot wanneer loopt het aanvraagtijdvak voor Noodmaatregel 1?

    De aanvraagtermijn voor de Noodmaategel 1 zou op 31 mei 2020 sluiten. Deze termijn wordt verlengd. Aanvragen is nu mogelijk tot en met vrijdag 5 juni 2020.

  • Klopt het dat de vrije ruimte is verhoogd in de werkkostenregeling?

    Ja, voor 2020 geldt dat u tot een fiscale loonsom van 400.000 euro 3 procent belastingvrij mag vergoeden, in plaats van de eerder aangekondigde verhoging naar 1,7 procent. Voor de loonsom dat de 400.000 euro te boven gaat, blijft het percentage voor de vrije ruimte 1,2 procent. Zie hier voor meer informatie over de werkkostenregeling.

  • Welke aanpassingen zijn er in de NOW-regeling voor concerns?

    Voor concerns met meerdere werkmaatschappijen bood de NOW-regeling geen uitkomst wanneer 1 of meerdere werkmaatschappijen een omzetverlies kennen van meer dan 20% maar het concern als geheel minder dan 20% omzet verlies heeft. Het was dan niet mogelijk om voor de werkmaatschappijen met een omzetverlies van meer dan 20% een beroep te doen op NOW-regeling. Mede op aandringen van Techniek Nederland is hierin verandering gekomen.

    Is het mogelijk om voor een werkmaatschappij binnen een concern NOW aan te vragen?

    Ja, dat kan. Minister Koolmees heeft besloten de NOW op dit punt aan te passen, deze aanvullende regeling is op 4 mei 2020 in de Staatscourant gepubliceerd. Door de wijziging kunnen ook werkmaatschappijen onder voorwaarden een beroep op de NOW doen als ze onderdeel zijn van een concern dat weinig omzetverlies heeft of zelfs winst draait. Als er sprake is van minder omzetdaling dan 20% voor het concern kan een individuele werkmaatschappij op basis van de eigen omzetdaling subsidie voor de loonkosten aanvragen.

    Bij welke omzetdaling geldt de nieuwe concernregeling?

    Op grond van de aanpassing van de regeling geldt dat ook werkmaatschappijen op basis van hun eigen omzetdaling (die groter is dan 20%) een beroep op de NOW kunnen doen als ze onderdeel zijn van een concern dat weinig omzetverlies heeft of zelfs winst draait. Dit is alleen het geval wanneer een concern anders niet in aanmerking zou komen voor de subsidie omdat er geen sprake is van een omzetdaling van meer dan 20% voor het hele concern. De werkmaatschappij moet een eigen rechtspersoonlijkheid en een loonheffingsnummer hebben. Onderdelen van rechtspersonen, zoals een autonoom aan het economisch verkeer deelnemende onderdeel, vestiging of een business unit komen niet in aanmerking.

    Welke aanvullende voorwaarden gelden er voor de regeling werkmaatschappijen?

    • De subsidieaanvraag is gedaan na het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging (5 mei 2020). De aanvraag kan uiterlijk tot en met 31 mei 2020 ingediend worden. Daarbij mag zelf de periode van drie maanden gekozen worden (een periode van 3 maanden van maart t/m juli 2020). Wel dient deze periode voor alle werkmaatschappijen binnen het concern gelijk te zijn.
    • Een werkmaatschappij met 20 of meer werknemers sluit voorafgaand aan de subsidieaanvraag met de belanghebbende verenigingen van werknemers, en bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers (bijvoorbeeld OR of PVT), een akkoord over werkbehoud. Dit zullen veelal de vakbonden zijn met wie de cao gesloten is op bedrijfs- dan wel sectorniveau. Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers volstaat akkoord van een vertegenwoordiging van werknemers.
    • Concerns waarvan de werkmaatschappij een beroep doet op de regeling, moeten verklaren over het jaar 2020 geen dividend of bonussen uit te keren of eigen aandelen terug te kopen tot aan en inclusief de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Deze verklaring moet in de administratie worden bewaard. Dit geldt voor de bonus van het bestuur en/of directie van het concern en de betrokken werkmaatschappij. Toekenning van bonussen aan overige personeelsleden is wel toegestaan.
    • De werkmaatschappij heeft geen bedrijfsmatige activiteiten die voor meer dan de helft bestaan uit het binnen de groep ter beschikking stellen van arbeidskrachten, en is geen personeels-bv.De andere werkmaatschappijen binnen een groep mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die ten koste kunnen gaan van de subsidie vragende werkmaatschappij.

     

     

    Welke controlewaarborgen zijn van toepassing?

    Over vrijwel alle gestelde voorwaarden (de voorafgaande toestemming van de vakbond/OR of PVT en de omzetdaling van het concern en de werkmaatschappij) moet bij het verzoek tot de definitieve vaststelling van de subsidie door een accountant een accountantsverklaring worden opgesteld. In de nog op te stellen standaarden van accountants wordt nog uitgewerkt hoe de controle van de accountant hierop plaatsvindt. Accountants zullen over deze en de eerdere voorwaarden onderzoek doen naar de toepassing van deze voorwaarden door de werkmaatschappij en dit dus ook meenemen in de controle. Andere werkmaatschappijen mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die de subsidie vragende werkmaatschappij normaal gesproken zou uitvoeren.

  • Medewerkers willen nu hun geplande vakantiedagen intrekken, kan dat?

    De vakantie van een werknemer wordt altijd in overleg tussen werkgever en werknemer vastgesteld.

    Wanneer een werknemer een vastgestelde vakantie wil intrekken, kunt u dat als u daar een goede reden voor heeft (gemotiveerd) weigeren. Een goede/zwaarwegende reden is bijvoorbeeld als een werknemer op zeer korte termijn besluit zijn dagen niet op te nemen en er tijdens zijn afwezigheid al een vervanger is ingehuurd of ingepland. Een andere reden zou kunnen zijn dat niet alle vakanties verschoven kunnen worden, omdat de werkgever later in het jaar dan rooster technische problemen gaat krijgen en dat het nu juist heel goed uit zou komen als de werknemer zijn al geplande vakantiedagen gewoon opneemt.

  • Wordt mijn g-rekening sneller gedeblokkeerd als ik uitstel betaling loonheffingen heb aangevraagd?

    Ja. Naast de bestaande mogelijkheid voor het deblokkeren van overschotten, is het ook mogelijk om de g-rekening vrij te geven ter hoogte van het bedrag waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verleend. Hierdoor krijgen deze ondernemers dezelfde mogelijkheden als ondernemers zonder g-rekening. Een instructie voor het aanvragen van de (aanvullende) deblokkering wordt op de website van de Belastingdienst geplaatst. Op het moment van schrijven is deze instructie nog niet geplaatst. Zodra dit wel het geval is, zullen wij de link naar deze instructie plaatsen in deze vraag en antwoord.

  • Is het mogelijk de reiskostenvergoeding van de medewerkers stop te zetten als zij nu thuiswerken?

    Dat hangt af van de situatie:

    • Is de reiskostenvergoeding geformuleerd als een vergoeding per kilometer voor het overbruggen van woon-werkverkeer? Dan is er een goede grond voor het stopzetten van de regeling nu er immers geen woon-werkverkeer meer hoeft te worden overbrugd.
    • Heeft u een bepaling opgenomen over het stoppen van de vergoeding in het geval van langere afwezigheid? Bijvoorbeeld door ziekte of non-actiefstelling? Dan kunt u daar natuurlijk bij aansluiten in de huidige corona-situatie en de vergoeding stopzetten.
    • Is er sprake van een vaste (reiskosten)vergoeding, zonder enige voorwaarde? Dan is de reiskostenvergoeding echt een vaste arbeidsvoorwaarde. Eenzijdig aanpassen van arbeidsvoorwaarden is dan uitsluitend mogelijk om zwaarwegende redenen. Wanneer een eenzijdig wijzigingsbeding in de arbeidsovereenkomst is opgenomen, is dat de aanpassing van de vergoeding relatief gezien iets eerder en makkelijker te motiveren dan zónder zo’n beding. Maar ook mét beding zal pas, op zijn vroegst na een aantal weken sprake zijn van een zwaarwegende reden.
      Inmiddels is er een tijdelijke maatregel die het, fiscaal mogelijk maakt, een vaste vergoeding bij afwezigheid ook langer dan 6 weken door te betalen. Deze tijdelijke maatregel geldt zo lang de corona maatregels gelden. Door deze nieuwe regeling zal de belastingdienst de vergoeding in deze situatie niet zien als loon wat moet worden gebruteerd.

  • De definitie van omzet in het kader van de NOW

    Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Kern is dat het omzetbegrip in deze regeling zo dicht mogelijk aansluit bij het activiteitenniveau van de onderneming, instelling, of het concern. Dit is van belang omdat de ontwikkeling van de omzetdaling daarmee voor een belangrijk deel kan samenhangen. Op grond van de begrippen in het Burgerlijk Wetboek (en de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (RJ 940) wordt uitgegaan van de netto-omzet, waarbij het gaat om de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon onder aftrek van kortingen en dergelijke van over de omzet geheven belasting. Opbrengsten zijn baten die ontstaan bij de uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming. Dit betekent dat omzet wordt verantwoord als de activiteiten betrekking hebben op de levering van goederen of diensten voor een specifieke klant waarmee een (verkoop)contract is gesloten.

    Voor de categorieën grote en middelgrote rechtspersonen geldt dat zij deze netto-omzet paraat hebben. Middelgrote rechtspersonen hoeven in hun winst- en verliesrekening alleen het bruto-bedrijfsresultaat te melden (en niet hun netto-omzet), waarbij wel geldt dat de middelgrote rechtspersonen een verhoudingscijfer moeten publiceren dat de netto-omzetontwikkeling ten opzichte van het voorgaande jaar weergeeft. Deze rechtspersonen beschikken dus ook over de gegevens van hun netto-omzet.

    De definitie sluit ook voor de meeste kleine ondernemers goed aan bij hun huidige boekhouding. Micro- en kleine rechtspersonen mogen in de meeste gevallen de fiscale netto-omzet hanteren die zij ook gebruiken voor hun aangiften bij de Belastingdienst. Indien deze werkgevers dit omzetbegrip hanteren in hun jaarrekening of geen jaarrekening opmaken, wordt het fiscale omzetbegrip voor hen namelijk gelijkgesteld aan het commerciële omzetbegrip. Voor de kleine rechtspersonen geldt namelijk dat zij de netto-omzet niet afzonderlijk hoeven te verantwoorden in de jaarrekening en ook geen verhoudingscijfer hoeven te publiceren.

    Tevens gelden de wijzigingen in onderhanden projecten voor deze regeling als omzet. Dit sluit aan bij de bepalingen in RJ 221, alinea 402. Onderhanden projecten zijn projecten die zijn overeengekomen met een derde, voor de constructie van een actief of combinatie van activa waarbij de uitvoering zich gewoonlijk uitstrekt over meer dan één verslagperiode (RJ 940). Hierbij is derhalve sprake van een levering van een prestatie aan een klant.

  • Wat is het loonbegrip in het kader van de NOW-regeling?

    De definitieve subsidie bedraagt maximaal 90 procent van de loonsom over een periode van drie maanden van maart 2020 tot en met mei 2020. Voor de loonsom wordt uitgegaan van het sociale verzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen met een maximum van 9.538 euro per maand. De loonsom waarop het voorschot van 80 procent is gebaseerd wordt door het UWV gehaald uit de polis administratie, waarbij als uitgangspunt de loonsom van de maand januari 2020 wordt gehanteerd.

    De periode van omzetverlies kan zelf gekozen worden:

    • Van 1 maart t/m 31 mei 2020
    • Van 1 april t/m 30 juni 2020
    • Van 1 mei t/m 31 juli 2020

    De keuze voor de meetperiode moet worden gemaakt bij de aanvang en kan later niet meer worden aangepast.

    Ook werkgeverspremies opbouw pensioen en vakantiebijslag worden gecompenseerd. Dit met een (fictief vastgestelde) opslag voor werkgeverslasten van 30 procent, dus voor alle gevallen.

    In de formule is de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening : A x B x 3 X 1,3 X 0,9

    Daarbij is:

    A: het percentage van de verwachte omzetdaling;

    B: de totale loonsom van de werknemers vermenigvuldigd met 3 maanden;

    1,3 staat voor de vaste opslag van 30 procent voor werkgeverslasten;

    0,9 voor het subsidiepercentage van 90 procent.

  • Hoe wordt de omzetdaling voor de NOW berekend?

    Het percentage van 90 procent van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100 procent. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. Rekenvoorbeeld: dus als de omzetdaling 50 procent is, dan is de vergoeding 45 procent van de loonkosten.

    De omzetdaling van minimaal 20 procent moet zich voordoen over een periode van 3 maanden waarvan de startdatum valt op de eerste dag van de maanden maart, april of mei 2020. De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met de omzet van januari tot en met december 2019, gedeeld door vier. Blijft de omzetdaling onder de 20 procent, dan kan dus geen beroep op deze noodmaatregel worden gedaan.

  • Wat moeten werkgevers doen met meerdere loonheffingsnummers?

    Als deze werkgever voor zijn gehele loonsom in aanmerking wil komen voor subsidie, zal de werkgever meerdere aanvragen moeten indienen, namelijk per loonheffingennummer. De werkgever dient wel de omzetdaling op te geven die hij voor de gehele onderneming (met dus alle loonheffingsnummers) verwacht; hij/zij vult dus bij elke aanvraag dezelfde omzetdaling en dezelfde meetperiode in.

  • Wanneer geeft het UWV een voorschot van 80 procent?

    Er zal worden gewerkt met een voorschot van 80%. Voor de berekening van het voorschot wordt gebruik gemaakt van een referentieperiode, omdat het loon van maart tot en met mei 2020 nog niet bekend is. Die referentieperiode is het loon over de maand januari 2020, van dit loon ontvangt u dan een voorschot van 80%. De betaling van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. Er wordt naar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2 tot 4 weken na aanvraag (mogelijk vanaf 6 april).

    Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend dient de werkgever definitieve vaststelling van de subsidie aan te vragen. In beginsel is hierbij een accountantsverklaring vereist. Er wordt naar gestreefd om binnen vier weken duidelijkheid te geven onder welke grens een accountantsverklaring niet is vereist. Bij de afrekening kan sprake zijn van een nabetaling of, als bijvoorbeeld om het omzetverlies lager is uitgevallen, terugvordering.

  • Wat zijn belangrijke voorwaarden voor deelname aan de regeling ?

    Aan deelname aan de regeling zijn, gelet op het doel ervan – behoud van banen - een tweetal belangrijke voorwaarden verbonden: de inspanningsverplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en de voorwaarde om gedurende de periode waarvoor subsidie ontvangen wordt geen ontslagaanvraag te doen wegens bedrijfseconomische omstandigheden.

    a. Inspanningsverplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden

    Om in aanmerking te komen voor subsidie wordt verwacht dat de werkgever zich inspant om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en werknemers dus door te betalen. Een daling van de loonsom zal dan ook gevolgen hebben voor de hoogte van de uiteindelijke subsidie waar de werkgever aanspraak op kan maken.

    b. Geen ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen.

    Van de werkgever wordt verlangd zich er bij de aanvraag van de NOW aan te committeren, geen ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan te vragen. Dit geldt voor de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020.

    Indien toch ontslag wordt aangevraagd en deze aanvraag niet (of niet tijdig) is ingetrokken, wordt bij de vaststelling van de subsidie een correctie doorgevoerd. Bij de vaststelling van de subsidie wordt vastgesteld wat het loon is van de werknemers voor wie ontslag is aangevraagd. Dit loon wordt vervolgens verhoogd met 50 procent. Dit loon plus de vermeerdering van 50 procent wordt in mindering gebracht op de totale loonsom waarop de uiteindelijke hoogte van de subsidie wordt gebaseerd.

  • Zijn er sancties bij misbruik en oneigenlijk gebruik?

    Uitgangspunt  is dat de werkgever verantwoordelijk is voor de informatie die hij bij zijn aanvraag verstrekt. Dit uitgangspunt komt tot uiting in het vereiste dat de werkgever een zodanig contoleerbare administratie beheert, dat achteraf gecontroleerd kan worden of een subsidie terecht is verstrekt. De werkgever verleent desgevraagd, tot vijf jaar na vaststelling van de subsidie, inzage in deze administratie.

    Ook heeft de werkgever de verplichting direct melding te doen als duidelijk is dat hij niet langer aan de vereisten voor subsidieverlening voldoet. Voor de verificatie van de door de aanvrager verstrekte gegevens, wordt gebruik gemaakt van een gegevensuitwisseling tussen de Belastingdienst en UWV. De uitwisseling richt zich in eerste instantie op de naam en rekeningnummers van aanvragers. UWV heeft tevens de mogelijkheid de betaling van het voorschot op te schorten indien sprake is van een ernstig vermoeden dat niet aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan en kan een reeds verleende subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

    Indien tijdens of bij het vaststellen van de subsidie sprake is van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit, dan heeft UWV de mogelijkheid om aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie (OM). Het OM kan vervolgens een strafrechtelijk onderzoek instellen en overgaan tot strafrechtelijke vervolging. Op grond van informatie van het UWV en/of op grond van signalen en meldingen kan de Inspectie SZW onder gezag van het OM een opsporingsonderzoek instellen.

    Voorts zullen door middel van data-analyse controles worden uitgevoerd. Ook zullen achteraf risicogericht controles worden uitgevoerd, zowel op basis van datacontroles als wel door middel van het gebruik van steekproeven.

  • Is het noodzakelijk om eerst afscheid te nemen van inleenkrachten voordat u gebruik kunt maken van de regeling?

    Nee dat is niet noodzakelijk, u kunt gebruik blijven maken van inleenkrachten (bijvoorbeeld ZZP en uitzendkrachten) maar toch voor een deel van uw eigen personeel de NOW-regeling aanvragen. Wanneer u toch afscheid neemt van inleenkrachten dan zijn daar via de eigen werkgever (uitzendbedrijf) of ZZP (via de overheid) maatregelen voor beschikbaar.

  • Kan ik ook een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming loonkosten voor werknemers met een flexibel contract?

    Ja dat kan. De nieuwe tegemoetkomingsregeling is ook van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft. Denk aan werknemers met een oproepcontract die wel bij u op de loonlijst staan.

  • De regeling werktijdverkorting (wtv) is stopgezet als ‘corona-maatregel’. Welke maatregel komt daarvoor in de plaats?

    Het kabinet introduceert de tijdelijke maatregel Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). Deze regeling is op 31 maart 2020 bekend gemaakt. De verwachting is dat het aanmeldingsloket vanaf 6 april 2020 beschikbaar is en dat dan binnen twee tot vier weken na de aanvraag een eerste termijnbetaling van het voorschot volgt. Wanneer u een aanvraag voor deze “oude”regeling heeft ingediend dan wordt deze omgezet naar de nieuwe regeling. Wel krijgt u dan een verzoek om nog aanvullende gegevens met betrekking tot de omzet aan te leveren.

  • Ik heb werktijdverkorting aangevraagd via de website die daarvoor is, maar heb nog geen antwoord gehad. Moet ik dat afwachten of moet ik zelf iets doen?

    U krijgt hierover bericht. Uw aanvraag voor de ingetrokken wtv-regeling wordt beschouwd als een aanvraag voor de nieuwe tegemoetkomingsregeling. Wel zal bij u aanvullende informatie opgevraagd worden.

  • Coulanceregeling 'schriftelijke arbeidsovereenkomst' verlengd

    Om met ingang van 1 januari 2020 de lage WW-premie te kunnen toepassen moet er sprake zijn van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, die geen oproepovereenkomst is. De coulanceregeling houdt kort gezegd in dat werkgevers tot 1 april 2020 de tijd krijgen om deze schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in het personeelsdossier vast te leggen, zodat alsnog met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020 de lage WW-premie kan worden toegepast.

    Vanwege het coronavirus is het niet voor alle werkgevers praktisch mogelijk om aan die voorwaarde te voldoen. Daarom wordt deze periode verlengd tot 1 juli 2020. Werkgevers hebben dus tot en met 30 juni 2020 de tijd om dit te regelen. Dit betekent dat werkgevers tot die tijd de lage WW-premie mogen afdragen, ook als de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (niet zijnde een oproepovereenkomst) nog niet schriftelijk is vastgelegd, of als de arbeidsovereenkomst of het addendum nog niet door beide partijen is ondertekend. In zulke situaties kunnen werkgevers in de loonaangifte over die tijdvakken de indicatierubriek ‘schriftelijke arbeidsovereenkomst’ invullen met ‘ja’. Deze coulance geldt alleen voor arbeidsovereenkomsten van werknemers die vóór 1 januari 2020 in dienst zijn getreden. Voor andere arbeidsovereenkomsten geldt de coulance niet.

    Uiterlijk vóór 1 juli 2020 moet voor deze werknemers de door beide partijen ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst of het door beide partijen ondertekende schriftelijke addendum in de loonadministratie aanwezig te zijn en moet daaruit blijken dat de werknemer reeds ultimo 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst was. Ook een digitale handtekening volstaat, evenals instemming via de e-mail of in een HR-systeem. Als niet vóór 1 juli 2020 aan deze voorwaarden is voldaan maar de arbeidsovereenkomst wel voortduurt na 30 juni, is met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 alsnog de hoge WW-premie verschuldigd.

  • Welke tijdelijke maatregelen voor uitstel betaling pensioenpremies PMT zijn er?

    Combinota eerste kwartaal (half februari)

    Half februari heeft u de eerste combinota van 2020 ontvangen. Wanneer u een problemen heeft met de betaling van deze combinota dan kunt u gebruik maken van de volgende mogelijkheden:

    • Wij bieden u een maand langer om de betaling te voldoen, namelijk tot 15 april. Het is niet nodig contact op te nemen met PMT als u gebruik wilt maken van deze langere betalingstermijn.
    • We berekenen geen rente en geen boete bij een te late betaling van de eerste combinota.
    • Als betaling voor 15 april niet mogelijk is, kunt u een beroep doen op een betalingsregeling. Deze kunt u aanvragen via bpmtonline

    De maatregelen van PMT zijn van tijdelijke aard én in afwachting van de uitvoering van de nieuwe regeling van de overheid inzake de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud. Mogelijk biedt deze nieuwe regeling van het kabinet een oplossing voor de pensioenpremies. Afhankelijk hiervan zal PMT zich beraden op eventuele aanvullende maatregelen ten aanzien van het invorderingsbeleid. Wij streven ernaar dit uiterlijk 15 april duidelijk te hebben voor u.

    Kijk voor meer informatie op de website van PMT.

    Combinota tweede kwartaal (half mei)

    Half mei ontvangt u van PMT de combinota voor het 2e kwartaal. Werkgevers die problemen hebben met de betaling van deze combinota hebben de volgende mogelijkheden:

    De betaaltermijn van deze nota is 30 dagen, namelijk tot 15 juni. Als betaling voor 15 juni niet mogelijk is, vraag dan nu een betalingsregeling aan. Op deze pagina vindt u meer informatie over het aanvragen van een betalingsregeling.

    We berekenen geen rente en geen boete bij een te late betaling van de 2e combinota.

    Ook berekenen we geen rente en boete bij een betalingsregeling.

     

  • Is uitstel van betaling pensioenpremie Pensioenfonds Detailhandel mogelijk?

    Ja, het Pensioenfonds Detailhandel kan u op uw verzoek uitstel van betaling van de pensioenpremie geven. Hieraan is wel een aantal voorwaarden verbonden waaronder de eis dat er in het verleden sprake is geweest van een goed betalingsgedrag. Werkgevers die tijdelijk minder, of geen pensioenpremie kunnen betalen, kunnen in aanmerking komen voor uitstel van betaling.

    Deze werkgevers kunnen een betalingsregeling treffen met Pensioenfonds Detailhandel. Bijvoorbeeld door de premiebetaling met maximaal zestig dagen uit te stellen. Neem daarvoor contact op met de Corona-desk van Pensioenfonds Detailhandel, bereikbaar via betalen@pensioenfondsdetailhandel.nl of tussen 9:00 en 17:00 uur via telefoonnummer 088 116 83 81.

    Bekijk voor meer informatie de website.

  • Wat zijn de consequenties voor de tijdnormen als gevolg van de nieuwe CPR (NEN 8012)?

    De nieuwe CPR (Construction Product Regulation) is een norm voor de brandclassificatie van kabels en elektrische leidingen in bouwwerken, die in juli 2016 (overgangsjaar; nog niet bindend) is ingegaan. Inmiddels is deze kabel door verschillende fabrikanten goed gedocumenteerd op basis waarvan de fysieke kenmerken, die voor het verwerken van CPR bekabeling van belang zijn, kunnen worden vergeleken met de overeenkomstige voorlopers van deze kabel.

    Daaruit blijkt dat met name bij de B2ca-kabel de buitendiameter en het gewicht significant afwijken van de oude standaard kabel. Dat geldt in belangrijke mate voor de “lichte” doorsneden. Naarmate de doorsnede toeneemt worden de verschillen kleiner of zelfs nihil. Afgezien van het gegeven dat de buitenmantel dikker is geworden is de samenstelling van het materiaal van de buitenmantel hetzelfde gebleven.

    Het is dus van belang altijd in de specificatie van de fabrikant naar het gewicht te kijken en in de, in het handboek gepubliceerde matrices, de normtijd te kiezen die bij die gewichtsklasse hoort. De tabel met gewichtsklassen is te vinden in het handboek. Verder moet er ook rekening gehouden met extra organisatorische (inkoop, administratie en logistiek) inspanningen.

  • Hoe bereken ik het percentage van de indexatie?

    Dit kan met een eenvoudige berekening. Stel, u wilt de verhoging in procenten van de materiaalindex van januari 2015 naar januari 2016 weten, dan kan dat als volgt:

    januari 2016 -/- januari 2015 x 100%
                januari 2015

    156,1 -/- 151,0 x 100% = 3,4% (afgerond)
            151,0

    Schematisch luidt de formule:

    Nieuw indexcijfer -/- oud indexcijfer x 100%
                    Oud indexcijfer

  • Met welk percentage mag ik een onderhoudscontract verhogen?

    Dat hangt van een aantal zaken af. Bepalend is: wat heeft u met de klant afgesproken in het contract? Als u niks heeft afgesproken hierover dan kunt u met de klant een nieuwe prijsafspraak maken. Als een indexreeks is genoemd moet de verhoging hierop gebaseerd zijn. Een veelgenoemde reeks is de CBS-reeks ‘cao-lonen, bouwnijverheid, inclusief bijzondere beloningen, per uur’. Deze indexreeks staat ook in de ALIB 2007 genoemd als basis om de arbeidscomponent te indexeren. Als u indexeert volgens afspraak, is het belangrijk dat u de indexering elk jaar op een zelfde manier berekent. Anders bestaat het gevaar dat u of periodes overslaat of periodes dubbel doorrekent aan de klant. In circulaire 2016-44-I staat dit uitgebreid uitgelegd, inclusief enkele rekenvoorbeelden.

  • Is er in de tijdnormen rekening gehouden met versnit op materiaal?

    De tijdnormen gaan over handelingen en bewerkingen en niet over materiaalverbruik. De tijdnormen houden geen rekening met (bewerkings)versnit op materiaal. In de tijdnormen zijn niet-vaktechnische werkzaamheden opgenomen zoals het opruimen van de werkplek, het afvoeren van materiaalrestanten en emballage naar buiten de werkplek.

  • Zijn de calculatietijdnormen ook van toepassing op de industrie?

    De calculatietijdnormen zijn vastgesteld voor projectsituaties in de utiliteitsbouw. Voor de industrie gelden andere uitgangspunten die grote invloed hebben op de calculatietijdnormen. Met name de bedrijfsveiligheid speelt hierbij een grote rol. Gebruik eventueel de calculatietijdnormen als referentie en pas vervolgens naar eigen inzicht een correctie toe.

  • Zijn de calculatietijdnormen ook van toepassing in de woningbouw?

    De calculatietijdnormen zijn vastgesteld voor projectsituaties in de utiliteitsbouw. Voor de woningbouw gelden andere uitgangspunten die grote invloed hebben op de calculatietijdnormen. Gebruik eventueel de projectsituatie NR (nieuwbouw repeterend) als referentie en pas vervolgens naar eigen inzicht een correctie toe.

  • Waar kan ik terecht met vragen over het inlezen van de calculatietijdnormen in mijn calculatiepakket?

    Hiervoor neemt u contact op met uw softwareleverancier.

  • Geldt er een speciaal tarief voor scholen en leerlingen?

    Ja, vraag naar de voorwaarden bij Ledenservice.

  • Zijn de vermelde calculatietijdnormen in uren weergegeven?

    Ja, de calculatietijdnormen zijn in mensuren weergegeven. Een tijdnorm van 0,40 staat zodoende voor 0,40 uur = 24 minuten werk.

  • Zijn de handelingen van een leidinggevend monteur/uitvoerder opgenomen in de calculatietijdnormen?

    Ja, maar de hoeveelheid tijd die gemoeid is met zogenaamde niet-vaktechnische werkzaamheden is niet zozeer afhankelijk van de montagehandelingen zelf, maar van een aantal andere factoren. Daarom wordt hiervoor een procentuele toeslag gebruikt.
    Een uitgebreide toelichting hierop vindt u in hoofdstuk 2 van het Handboek Calculatie: ‘Uitgangspunten voor de berekeningswijze van de calculatietijdnormen’.

  • Hoe is de onafhankelijkheid van de normen gewaarborgd?

    De verantwoordelijkheid voor de normen rust bij de Commissie Begroten en Calculeren en de twee werkgroepen die hieronder vallen: elektrotechniek en klimaat-sanitair. Deze groepen vallen onder de Bestuurscommissie Techniek en Markt. De calculatietijdnormen die zij opstellen zijn direct toepasbare getallen die geen bijtellingen of andere correcties nodig hebben. De normen zijn bedoeld voor iedereen, dus niet exclusief voor leden. Ook worden de normen volop gebruikt in het installatietechnisch onderwijs. Hierdoor zijn het algemeen geaccepteerde branchenormen geworden.

  • Zijn de calculatietijdnormen ook digitaal beschikbaar?

    Ja, de calculatietijdnormen zijn verkrijgbaar als databestand. Dit bestand is in te lezen in de gangbare branche-softwarepakketten. De tijdnormen zijn ook beschikbaar als digitaal handboek en gekoppeld aan de artikelbestanden van 2BA. In het overzicht met de producten vindt u een beschrijving van deze mogelijkheden.

  • Zijn de gepubliceerde normen wel actueel en nauwkeurig?

    Ja, alle hoofdstukken worden continu geactualiseerd. We meten de tijden die we gebruiken voor de calculatietijdnormen regelmatig opnieuw, waarbij we de nieuwste materialen en gereedschappen gebruiken.

  • Zijn er ook calculatietijdnormen voor stekerbare installaties?

    Ja, bij de elektrotechnische tijdnormen zijn er tijdnormen opgenomen voor stekerbare installaties. U vindt ze in het hoofdstuk Verlichting.

  • Hoe ga ik om met werkzaamheden in ruimtes boven 40°C?

    De calculatiemiddelen van Techniek Nederland hebben geen concrete toeslagfactoren voor werk in een ruimte waar de temperatuur 40° C of hoger is. Zulke hoge temperaturen zullen uw prestaties en productiviteit sterk beïnvloeden. U zal vaker pauzeren en uiteindelijk minder produceren.

    In de Arbowet worden maatregelen beschreven die door de werkgever moeten worden genomen onder dit soort omstandigheden. Op de site van Arbo Portaal vindt u meer informatie.

    In hoofdstuk 2 en 3 van de Handboeken Calculatie staan de uitgangspunten genoemd waarvoor de calculatietijdnormen gelden. Bij afwijkende omstandigheden zult u dus zelf met de opdrachtgever een toeslag of een andere oplossing moeten afspreken.