Mark Harbers 3
Home Nieuws Zonder technieksector is de Nederlandse industrie een stuk minder ‘smart’

Eind vorig jaar presenteerde Peter Wennink een rapport over de toekomst van onze economie. De boodschap was helder: als we ons verdienvermogen op peil willen houden, zullen we moeten investeren. Wat mij betreft was Wenninks rapport geen somber verhaal, maar een krachtige oproep om onze concurrentiekracht te versterken. In het toekomstbeeld van de Nederlandse economie is een belangrijke rol weggelegd voor de ontwikkeling naar Smart Industry.

Dat is de verzamelnaam voor een groot aantal technische innovaties waarmee onze industrie op basis van data beter, sneller, flexibeler en duurzamer kan opereren. Smart Industry is ondenkbaar zonder bloeiende, innovatieve technieksector.

De installatiebranche kent u waarschijnlijk vooral van het werk aan installaties in woningen, kantoren en andere gebouwen. Maar de technieksector verdient ruim 13 procent (6,1 miljard euro) van haar omzet in de industrie. Installateurs en technisch dienstverleners zorgen ervoor dat industrieën kunnen draaien en in verbinding staan met de wereld om hen heen. Dat doen onze leden door installaties te leveren en onderhouden, productieprocessen te automatiseren en door bedrijven te voorzien van energie en water. 

De technieksector houdt de huidige industriële processen op gang, maar vormt óók de basis voor de toekomst van de industrie. Dankzij techniek en digitalisering wordt de industrie steeds slimmer. Binnen onze sector ontwikkelen we sensoren die een machine op de voet volgen, we verzamelen, ordenen en analyseren data om het onderhoud van een productielijn voorspelbaar te maken en we ontwerpen systemen die energieverbruik realtime meten en automatisch bijsturen. 

Zoals in veel sectoren, is ook in de Nederlandse industrie een groeiend tekort aan arbeidskrachten. Door middel van automatisering en robotisering draagt de technieksector bij aan oplossingen waarmee bedrijven met minder mensen méér kunnen produceren. Dat is al lang geen toekomstmuziek meer; installateurs en technisch dienstverleners zijn er dagelijks mee bezig.

De energietransitie is in volle gang, óók binnen de industrie. Dat is geen hindernis, maar een kans om de concurrentiepositie te verbeteren. Door elektrificatie en slimme energiemanagementsystemen verlagen we de kosten en maken we ons land minder afhankelijk van het buitenland. Ondertussen dragen we bij aan het oplossen van netcongestie door de beschikbare capaciteit beter te benutten. En inderdaad, ook daarbij maken techniekbedrijven het verschil.

Techniek en industrie hebben elkaar nodig. Daarom is het van belang dat onze leden al in een vroeg stadium worden betrokken bij plannen op het gebied van innovatie, zowel binnen industriële bedrijven als op beleidsniveau. Industrie, techniek en overheid hebben samen de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de Nederlandse industrie zich in eigen land blijft ontwikkelen. Investeringen uitstellen of productie verplaatsen naar het buitenland past niet in die ambitie. 

Innovatie vraagt om voldoende vakmensen met goede ideeën. Maar ook om ruimte om die ideeën uit te voeren. Duidelijke regels helpen daarbij. Net als vlotte en voorspelbare procedures, voldoende netcapaciteit en toegang tot kennis en data.

Smart Industry is géén ict-project. Het is een gezamenlijke opgave van industrie, techniek en overheid. Nederland verdient een sterke industrie. En die is alleen mogelijk met een sterke technieksector. Als we willen dat Nederland blijft produceren, innoveren én verdienen, is dit het moment om te investeren. In onze industrie én in de technieksector. 

Mark Harbers
Voorzitter Techniek Nederland