Het nieuwe kabinet heeft besloten om een deel van de zzp-wetgeving die al in de Tweede Kamer lag alsnog te schrappen. Het gaat om het omstreden 'verduidelijkingsdeel' uit het wetsvoorstel Vbar. Dit deel van de wetgeving zorgde de laatste tijd voor veel onrust onder zzp-ers én opdrachtgevers. Deze wet gaf namelijk - net als de huidige wet DBA - geen duidelijkheid over wanneer iemand daadwerkelijk als zelfstandige werkt of eigenlijk werknemer is.
Om te voorkomen dat er (nog meer) onnodig opdrachten voor zzp'ers verdwijnen, schrapt de minister dit onderdeel en legt hij de focus in de wet Vbar volledig op het onderdeel ‘rechtsvermoeden’. Het gaat dan om zzp’ers die tot 38 euro per uur (peildatum 1 januari 2026) verdienen. Als zzp’ers een beroep doen op het rechtsvermoeden, moeten opdrachtgevers kunnen aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Kunnen ze dat niet, dan is sprake van schijnzelfstandigheid en heeft een zzp’er ook recht op de bescherming die hoort bij iemand in loondienst.
Voor zzp'ers met een tarief hoger dan 38 euro per uur komt er een aparte wet, de Zelfstandigenwet. Daarmee moeten zzp’ers een duidelijkere positie en erkenning in de wet krijgen. Deze wet zal naar verwachting voor een belangrijk deel gebaseerd zijn op de initiatiefwet die VVD, CDA, D66 en SGP in april vorig jaar hadden ingediend als alternatief voor de Vbar. Daarbij wordt een zelfstandigentoets geïntroduceerd die meer kijkt naar het ondernemerschap van de zzp’er.
Wat vindt Techniek Nederland?
Het is goed dat het kabinet onderscheid maakt tussen het tegengaan van schijnzelfstandigheid (in de wet Vbar) en het versterken van de wettelijke positie van échte zzp’ers (in de Zelfstandigenwet). Dit is in feite in lijn met wat we vanuit Techniek Nederland de afgelopen twee jaar hebben bepleit. We vinden het belangrijk dat op deze manier veel gerichter opgetreden kan worden tegen schijnzelfstandigheid en dat tegelijkertijd de positie van échte zzp’ers wettelijk wordt verankerd. Dat is niet alleen van belang voor de zzp’er, maar ook voor de bedrijven in onze sector die in de toekomst deze échte zzp’ers hard nodig hebben als aanvulling op hun vaste werknemers.
Wat betekent dit voor de handhaving?
De ingeperkte Wet Vbar wil de minister op heel korte termijn door de Tweede en Eerste Kamer laten behandelen. Uiterlijk 31 augustus moet de nieuwe wet gepubliceerd zijn in het Staatsblad i.v.m. het aanspraak kunnen maken van Nederland op bepaalde Europese (corona-) gelden. Hoe de bijbehorende handhaving er vervolgens precies uit gaat zien weten we nog niet.
We weten wel dat in de tussentijd de Belastingdienst blijft handhaven op basis van de bestaande wet DBA. In dit nieuwsbericht van begin januari lees je hoe die handhaving er uit ziet.
Meldpunt Techniek Nederland ervaringen met handhaving door Belastingdienst
Wij hebben voordat de handhaving per 2025 startte gepleit voor zogeheten risico gestuurde handhaving. Daarmee bedoelden we dat het voor de hand zou liggen dat de Belastingdienst in eerste instantie de handhaving zou richten op sectoren waarvan bekend is dat veel zzp’ers een laag uurtarief hanteren (tot 38 euro per uur) Daar is immers de kans dat het om schijnzelfstandigheid gaat het grootst. Daar is destijds helaas niet voor gekozen. Een aantal bedrijven in onze sector, waar de uurtarieven voor zzp’ers doorgaans veel hoger liggen dan 38 euro, heeft daarom de afgelopen periode óók een bezoek van de Belastingdienst gehad.
Nu het kabinet heeft besloten om met de Wet Vbar te focussen op zzp’ers die een uurtarief hanteren tot € 38,- gaan we opnieuw in gesprek met het ministerie over de focus van de Belastingdienst bij hun handhaving de komende maanden én de periode daarna, als de Wet Vbar van kracht wordt.
Voor deze gesprekken zijn wij benieuwd naar de ervaringen van onze leden met de handhaving door de Belastingdienst tot nu toe. Heb je in 2025 een bezoek van de Belastingdienst gekregen of staat dat binnenkort gepland? Deel ervaringen dan met onze specialist Leo Rolf per mail op l.rolf@technieknederland.nl.