Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) onderzoekt twee keer per jaar de stand van de conjunctuur in de bouw. De resultaten over de eerste helft van 2026 blijven gunstig. De werkvoorraad nam in alle schakels van de bouwketen toe. De verwachtingen voor omzet en personeel bleven over de hele keten stabiel, met vooral bij installatiebedrijven een duidelijke verbetering van de omzetverwachtingen.
Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) onderzoekt twee keer per jaar de stand van de conjunctuur in de bouw. De resultaten over de eerste helft van 2026 blijven gunstig. De werkvoorraad nam in alle schakels van de bouwketen toe. De verwachtingen voor omzet en personeel bleven over de hele keten stabiel, met vooral bij installatiebedrijven een duidelijke verbetering van de omzetverwachtingen.
Met de Bouwmonitor publiceert het EIB de economische verwachtingen van de vier grote schakels van de bouwketen: architectenbureaus, ingenieursbureaus, bouwbedrijven en installatiebedrijven. Vertegenwoordigd door; BNA, NLingenieurs, Bouwend Nederland en Techniek Nederland.
Algemene economische ontwikkelingen
De Nederlandse economie groeide in het eerste kwartaal van 2026 met 0,1% ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Ten opzichte van een jaar eerder lag het bruto binnenlands product 1,2% hoger. De toegevoegde waarde van de bouwnijverheid lag 0,3% hoger dan een jaar eerder. Na een groei van 1,5% in 2025 verwacht het EIB voor 2026 een productiegroei van 2,5% in de bouwnijverheid.
Er werken in totaal ongeveer 530.000 mensen in de sector, werknemers en zelfstandigen samen. Het aantal werkzame personen bleef in het eerste kwartaal stabiel, terwijl het totaal aantal werkzame personen in Nederland licht afnam. Het aantal werknemers in de bouwnijverheid nam met 4.000 toe, terwijl het aantal zelfstandigen met 3.000 afnam.
De spanning op de arbeidsmarkt nam licht af, maar blijft hoog. Het aantal openstaande vacatures daalde naar 74 per duizend banen. Het aantal WW-uitkeringen en faillissementen in de bouwnijverheid blijft in historisch perspectief laag.
De onderzoeksresultaten laten zien dat het conjunctuurbeeld in de hele bouwketen gunstig blijft. De orderportefeuille nam bij alle schakels toe. De verwachtingen voor omzet en personeelsbestand zijn over de hele keten vrijwel gelijk gebleven ten opzichte van de najaarsmeting 2025. Wel zijn er duidelijke verschillen tussen de afzonderlijke schakels. Vooral installatiebedrijven laten een sterke verbetering van de omzetverwachtingen zien.
Werkvoorraad en verwachtingen in de keten
De werkvoorraden namen in alle schakels van de bouwketen toe. Bij bouwbedrijven en architectenbureaus was de stijging het sterkst, met meer dan één maand extra werkvoorraad. Ook bij installatiebedrijven en ingenieursbureaus nam de werkvoorraad toe.
De omzetverwachtingen voor de hele bouwketen bleven stabiel op een relatief hoog niveau. Bij installatiebedrijven verbeterden de verwachtingen sterk: per saldo verwacht 65% van de bedrijven omzetgroei, tegenover 42% bij de vorige meting. Bij bouwbedrijven verslechterde het beeld juist. Per saldo verwacht 14% van de bouwbedrijven een omzetstijging, aanzienlijk minder dan bij de najaarsmeting.
Ook de verwachtingen over het personeelsbestand bleven over de hele keten stabiel. Installatiebedrijven blijven hierin het meest positief. Per saldo verwacht 77% van de installatiebedrijven het personeelsbestand uit te breiden.
Ontwikkelingen per schakel
We schetsen de ontwikkelingen ten opzichte van de najaarsmeting 2025.
- Architectenbureaus: De werkvoorraad steeg sterk van 4,9 naar 6,0 maanden werk. De omzetverwachtingen bleven nagenoeg stabiel: per saldo verwacht 17% van de bureaus een omzetstijging. De verwachtingen over het personeelsbestand verbeterden licht. Per saldo verwacht 8% van de bureaus groei van het personeelsbestand.
- Ingenieursbureaus: Het beeld bij ingenieursbureaus is gemengd. De werkvoorraad nam toe van 6,2 naar 6,5 maanden werk. De omzetverwachtingen verslechterden licht: per saldo verwacht 25% van de bureaus omzetgroei, tegenover 29% bij de vorige meting. Ook de verwachtingen over personeel namen iets af. Per saldo verwacht 17% van de bureaus uitbreiding van het personeelsbestand.
- Bouwbedrijven: De werkvoorraad van bouwbedrijven nam sterk toe van 11,5 naar 12,7 maanden werk. Deze stijging geldt zowel voor de burgerlijke en utiliteitsbouw als voor de grond-, water- en wegenbouw. Tegelijkertijd zijn de omzetverwachtingen duidelijk verslechterd. Per saldo verwacht 14% van de bedrijven omzetgroei, 25 procentpunt minder dan bij de vorige meting. Per saldo verwacht 17% van de bedrijven extra personeel aan te trekken.
- Installatiebedrijven: Het conjunctuurbeeld bij installatiebedrijven is sterk verbeterd. De werkvoorraad steeg van 11,2 naar 11,8 maanden werk. Dat is historisch gezien een zeer hoog niveau. Ook de omzetverwachtingen verbeterden fors: per saldo verwacht 65% van de installatiebedrijven omzetgroei. De verwachtingen over personeel blijven eveneens gunstig. 82% van de bedrijven verwacht personeel aan te nemen, terwijl 5% een daling verwacht.
Extra vragen over nieuw kabinetsbeleid en Schoon en Emissieloos Bouwen
In deze monitor zijn ook extra vragen gesteld over de verwachtingen van het beleid van het nieuwe kabinet en over het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen. Het merendeel van de bedrijven verwacht geen effect van het nieuwe kabinetsbeleid op de omzetontwikkeling. Van de bedrijven die wel effect verwachten, zijn er per saldo meer negatief dan positief. Vooral bouw- en installatiebedrijven verwachten vaker negatieve effecten, met name voor infrastructuur.
Over de voorspelbaarheid en stabiliteit van het beleid zijn bedrijven duidelijk minder positief. Vooral ingenieursbureaus verwachten dat de voorspelbaarheid van het rijksbeleid verslechtert. Ook bouw- en installatiebedrijven zijn hierover terughoudend.
Bij schoon en emissieloos bouwen noemen bedrijven vooral hoge investeringskosten, onvoldoende vergoeding van meerkosten, beperkte laadcapaciteit en onzekerheid over toekomstig beleid als belangrijke belemmeringen. Installatiebedrijven noemen daarnaast relatief vaak een tekort aan gekwalificeerd personeel.
Over de gewenste ontwikkeling van het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen geeft een groot deel van de bedrijven aan dat het convenant niet van toepassing is of dat zij geen uitgesproken oordeel hebben. Onder bedrijven die wel een voorkeur uitspreken, is er meer steun voor behoud of verdere verankering van het convenant dan voor afschaffing.
Download hier het rapport Monitor Bouwketen Najaar 2025.
Meer weten?
Kijk voor meer economische onderzoeken op de pagina Branchecijfers.