Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) heeft het Interpretatiebesluit 2021-01 over de bewaking van vluchtroutes definitief ingetrokken. Uit onderzoek blijkt dat een deel van dit besluit ingrijpt op de bevoegdheid van het bevoegd gezag. Voor een deel van de praktijk komt er tegelijk een nieuw interpretatiebesluit beschikbaar: 2026-01 over de plaatsing van automatische melders in trappenhuizen.
Voor leden in brand- en beveiligingstechniek is dit een belangrijk signaal. Werk je aan nieuwe projecten of beheer je bestaande installaties? Dan is het verstandig om te beoordelen wat deze wijziging betekent voor jouw situatie en die van je opdrachtgever.
Waarom trekt het CCV het besluit in?
Het ingetrokken interpretatiebesluit uit 2021 gaf invulling aan het bewakingsniveau van gemeenschappelijke horizontale en verticale vluchtroutes. Dat besluit was gebaseerd op normartikelen uit NEN 2535 in combinatie met de toenmalige bouwregelgeving.
Uit onderzoek van het CCV-deskundigenpanel bmi-oai blijkt nu dat een deel van die invulling neerkomt op een interpretatie van bouwregelgeving. Zo’n interpretatie mag alleen worden toegepast als gelijkwaardige oplossing. De beoordeling daarvan ligt niet bij het CCV, maar bij het bevoegd gezag, zoals een gemeente of provincie.
Nieuw interpretatiebesluit voor trappenhuizen
Tegelijk met de intrekking publiceert het CCV Interpretatiebesluit 2026-01. Dat besluit gaat over de plaatsing van automatische melders in trappenhuizen. Het geeft een invulling aan het bewakingsniveau van trappenhuizen als het Besluit bouwwerken leefomgeving niet voor het hele trappenhuis gedeeltelijke of volledige bewaking vereist.
Volgens het CCV kan dit nieuwe besluit naar verwachting worden toegepast op een deel van de bestaande brandmeldinstallaties en op vluchtroutes die nu zijn beveiligd op basis van het ingetrokken besluit uit 2021.
Gevolgen voor de praktijk
Sinds 2021 zijn brandmeldinstallaties gerealiseerd en vluchtroutes beveiligd op basis van Interpretatiebesluit 2021-01. Niet in alle situaties zal het nieuwe Interpretatiebesluit 2026-01 een passend alternatief bieden.
Dat kan gevolgen hebben voor gebouwgebruikers, maar ook voor adviseurs, branddetectiebedrijven en installateurs. Vooral bij lopende projecten en bestaande locaties is het belangrijk om opnieuw te kijken naar de gekozen oplossing.
Wat betekent dit voor leden?
Techniek Nederland raadt leden aan om per project of locatie te beoordelen of Interpretatiebesluit 2026-01 toepasbaar is.
Voor de praktijk betekent dat:
- Nieuwe projecten: Pas Interpretatiebesluit 2021-01 niet meer toe
- Trappenhuizen: Kijk of Interpretatiebesluit 2026-01 past binnen de situatie
- Lopende projecten en bestaande locaties: Beoordeel opnieuw of de huidige oplossing nog houdbaar is
- Bij twijfel: Stem af met de adviseur, het branddetectiebedrijf en zo nodig met het bevoegd gezag
Handelingsperspectief voor gebouwgebruikers en installateurs
Het CCV-deskundigenpanel bmi-oai heeft een handelingsperspectief opgesteld voor gebouwgebruikers. Daarin staat welke stappen zij kunnen nemen als zij te maken hebben met een bestaande situatie die is gebaseerd op het ingetrokken besluit.
Voor adviseurs, branddetectiebedrijven en installateurs bevat dit document extra verdieping. Gebouwgebruikers die duidelijkheid willen, doen er volgens het CCV goed aan om eerst contact op te nemen met de opsteller van het programma van eisen of met het branddetectiebedrijf. Zij kunnen beoordelen of de gekozen oplossing onder het nieuwe interpretatiebesluit valt of dat een verzoek aan het bevoegd gezag nodig is.
Ons advies
Voor leden in brand- en beveiligingstechniek is dit een goed moment om lopende dossiers tegen het licht te houden. Bespreek met je opdrachtgever of de huidige oplossing nog past binnen de nieuwe uitleg. Zo voorkom je onduidelijkheid in de uitvoering en achteraf discussie over de gekozen beveiliging van vluchtroutes.