Per 1 januari 2026 is een nieuwe cao van kracht voor leden van ABU en NBBU. Hierin staat dat uitzendkrachten recht hebben op minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als vaste collega’s met een vergelijkbare functie. De gelijke beloning uit deze nieuwe cao loopt vooruit op het wetsvoorstel 'Meer Zekerheid Flexwerkers' die per 1 juli 2026 in moet gaan.
Essentiële en niet-essentiële arbeidsvoorwaarden
De cao en het wetvoorstel maken onderscheid tussen essentiële en niet-essentiële arbeidsvoorwaarden. Voor beide geldt dat de beloning gelijk moet zijn. Wel zijn er verschillen in hoe je deze compenseert bij verschillen.
| Essentiële voorwaarden | Niet-essentiële voorwaarden | |
| Inhoud: | Onder meer loon, vergoedingen, verlof, feestdagen en doorbetaling bij ziekte. | Onder meer pensioen, verzekeringen en opleiding- en ontwikkelbudget. |
| Compensatie: | Het pakket van essentiële voorwaarden moet minimaal gelijkwaardig zijn. | Het totaal van alle arbeidsvoorwaarden moet minimaal gelijkwaardig zijn. |
| Voorbeeld: | Is een voorwaarde uit onze cao beter dan die in de uitzend-cao? Dan moet het uitzendbureau dat compenseren met een andere essentiële voorwaarde. | De pensioenpremie voor uitzendkrachten is 15,9% (en 7,5% voor de uitzendkracht). Bij PMT is dit 17,7% en bij BPF Detailhandel 18,5625%. Dat verschil mag gecompenseerd worden met extra loon. |
Beoordeling gelijkwaardigheid
Het uitzendbureau stelt vast of de functie en arbeidsvoorwaarden gelijkwaardig zijn. Daarbij kijkt het naar de bruto waarde van de voorwaarden die jij biedt. De toekenningsregels die voor jouw medewerkers gelden, gelden ook voor uitzendkrachten. De arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten hoeven niet identiek te zijn aan die van de eigen werknemers. Het totaalpakket moet wel dezelfde waarde hebben. Je bent wettelijk verplicht om alle arbeidsvoorwaarden te delen die voor de uitzendkracht relevant zijn.
Wie compenseert de uitzendkracht?
De wet (artikel 12a Waadi) bepaalt dat jij als inlener vóór de start van een uitzendkracht bij het uitzendbureau informatie moet aanleveren over de geldende arbeidsvoorwaarden. Het uitzendbureau is vervolgens verantwoordelijk voor het correct toepassen van deze arbeidsvoorwaarden.
Echter kan een uitzendkracht zich op grond van de regels voor ketenaansprakelijkheid (artikel 7:616a BW), naast het uitzendbureau waar deze in dienst is, ook tot jou als inlener wenden bij een te lage of niet-gelijkwaardige beloning. Dit maakt het extra belangrijk om duidelijke afspraken te maken met het uitzendbureau en om transparant te zijn over functies en bijbehorende arbeidsvoorwaarden.
Wetsvoorstel en onze cao
De nieuwe uitzend-cao loopt vooruit op het wetsvoorstel 'Meer Zekerheid Flexwerkers' per 1 juli 2026. In dat voorstel krijgen uitzendkrachten ook recht op gelijkwaardige niet-essentiële voorwaarden. Je mag dan alleen via een uitleen-cao (bijvoorbeeld de cao voor uitzendkrachten) afwijken van de loonverhoudingsnorm. Die wijziging heeft gevolgen voor artikel 2b van de cao Technisch Installatiebedrijf en artikel 1.3 van de cao voor de Elektrotechnische Detailhandel. Als de wet doorgaat, moet je ook tijdens de uitzendperiode updates geven over wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden.