Techniek Nederland
Zoeken

Inloggen

Onze leden

bullets

Onze leden richten zich op ontwerp, advies, uitvoering, beheer en onderhoud van technische installaties. Maar ook elektrotechnische detailhandelsbedrijven en reparatiebedrijven zijn lid.

Kwaliteit en vakmanschap

bullets

Leden van Techniek Nederland staan voor kwaliteit, betrouwbaarheid en service. Of het nu gaat om een utiliteits- of infraproject, bedrijf of woning: u weet dat u vakmanschap in huis haalt.

Over Techniek Nederland

bullets

Techniek Nederland is de ondernemersvereniging van technische dienstverleners, installatiebedrijven en de technische detailhandel. Meer dan welke sector ook maken wij technische ontwikkelingen praktisch toepasbaar en daarmee maatschappelijk relevant. We vertegenwoordigen ruim 6.300 bedrijven en zijn als één van de grootste werkgeversorganisaties van Nederland een factor van betekenis.

Onze leden

bullets

Onze leden ontwerpen, leveren, installeren en onderhouden ‘slimme techniek’. Van zonnepaneel, warmtepomp, paneelbouw, badkamers en smart homes, tot snelle en veilige dataverbindingen, innovatieve verkeersoplossingen, complete technische en industriële installaties, steeds slimmere productielijnen en flexibele gebouwen. Op basis van kwaliteit, betrouwbaarheid, vakmanschap en service.

Altijd op de hoogte

bullets

Als brancheorganisatie volgt Techniek Nederland het branchenieuws op de voet. Vaak zijn wij zelf de bron van het nieuws, vanuit onze rol in belangenbehartiging of omdat we nieuwe producten of diensten voor onze leden hebben ontwikkeld.

Gerenommeerde kennispartner

bullets

Via diverse media houden wij niet alleen onze leden, maar ook andere partijen op de hoogte.
Volgt u ons ook?

primary

Uitwerking Legionellabeheer na coronamaatregelen

Wat te doen als de installatie of delen hiervan vanaf 1 maart 2020 door de coronacrisis weinig tot niet gebruikt zijn? Techniek Nederland heeft dit voor u uitgewerkt.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) maakt onderscheid tussen regels die gelden voor:

A. Prioritaire installaties: leidingwaterinstallaties die alleen gelden voor bedrijven en instellingen met een verplichte Legionellapreventie. Dit zijn ziekenhuizen, inrichtingen met logiesfunctie (zoals hotels, b&b’s, campings, bungalowparken, jachthavens), zwembaden, sauna’s, zorginstellingen, celinrichtingen (zoals politiebureau en gevangenis), asielzoekerscentra en truckstops.

Eigenaren van prioritaire installaties wordt geadviseerd om het gecertifieerde BRL 6010 bedrijf, die de risicoanalyse en beheersplan heeft opgesteld, te raadplegen om de juiste stappen te zetten naar een beheersbare situatie. Monstername is één van de aspecten die hierbij (weer) moet worden uitgevoerd.

B. Leidingwaterinstallaties in álle gebouwen (incl. prioritaire installaties)

Voor installaties in alle gebouwen geldt het volgende: goed beheren en onderhouden van de installaties. ILT verwijst voor de belangrijkste onderdelen van goed beheer en onderhoud naar:

1. Grondslagen in NEN 1006
2. Waterwerkbladen WB 1.4 G en WB 2.4
3. ISSO 55.2

Hieronder geven we per onderdeel een toelichting. 

1. Grondslagen in NEN 1006

In NEN 1006 staan de bepalingen voor het uitvoeren, beheren en onderhouden van leidingwaterinstallaties. Het water aan de tappunten moet betrouwbaar zijn en voldoen aan de normen voor fysische, chemische en microbiologische kwaliteit. Een belangrijk uitgangspunt is de wekelijkse verversing van de leidinginhoud van een installatie.

Deze grondslagen zijn in de norm verder uitgewerkt in de volgende tekstdelen:

1.4.2 Grondslagen
Een leidingwaterinstallatie moet zo zijn uitgevoerd dat:

b) het water bij de tappunten - met het oog op de volksgezondheid - betrouwbaar is voor het gebruiksdoel. Het water aan de tappunten aan de normen voor fysische, chemische en microbiologische kwaliteit voldoet;

c) deze veilig is voor leven en/of eigendommen van de gebruiker en derden.

1.4.3 Beheer en onderhoud van de leidingwaterinstallatie
De leidingwaterinstallatie moet zo worden gebruikt, beheerd en onderhouden dat de kwaliteit van de uitvoering van de leidingwaterinstallatie zoals bedoeld in de hierboven genoemde grondslagen, waaronder veiligheid en functioneren, is gewaarborgd.

Installaties moeten worden gebruikt in overeenstemming met de ontwerpcondities, waarbij het uitgangspunt is dat de leidinginhoud ten minste wekelijks wordt ververst.

2.1.2 Temperatuur
De temperatuur van het water in leidingdelen van drinkwater- en huishoudwaterinstallaties mag ten hoogste 25 °C bedragen. Voor de bepalingsmethode zie 5.2.1.a).

OPMERKING 1 Er zijn omstandigheden waarin een overschrijding van de grens van 25 °C niet te voorkomen is, zoals bij een hittegolf. Een kortdurende overschrijding van de grens is niet direct een gevaar voor de gezondheid.

2.4 Ingebruikstelling
Kort voordat een installatie (weer) in gebruik wordt genomen, moet om hygiënische redenen de installatie in ieder geval worden doorgespoeld. Doorspoelen, ofwel spuien, is het verwijderen van loszittende vervuiling.

OPMERKING Deeltjes in het drinkwater kunnen schade (corrosie, disfunctioneren) aan de installatie veroorzaken.

 In de periode voorafgaand aan de ingebruikstelling van een met water gevulde installatie, moet deze wekelijks worden doorgespoeld. Voor het in gebruik nemen van een drinkwaterinstallatie en/of warmtapwaterinstallatie moet deze worden doorgespoeld met drinkwater en zo nodig worden gereinigd (verwijderen van vastzittende vervuiling) en/of gedesinfecteerd (doden van bacteriën en andere micro-organismen).

3.1.4  Ontwerpcondities
Een leidingwaterinstallatie moet zo zijn uitgevoerd, dat bij gebruik overeenkomstig de ontwerpcondities:
• een zodanige doorstroming van alle leidingen wordt bereikt, dat een voldoende verversing is gewaarborgd;
• langdurige stilstand wordt voorkomen;
• de leidingen éénmaal per week ververst c.q. gebruikt worden in verband met de organoleptische aspecten (geur, kleur en smaak);
• aan het begin van een leidingdeel minimaal een terugstroombeveiliging EA is aangebracht indien de inhoud van dat leidingdeel niet wekelijks wordt ververst, en op dit leidingdeel geen tappunten zijn aangesloten voor hygiënische en consumptieve doeleinden;
• een dode leiding / dood eind niet voorkomt.

4.4.2.2
De temperatuur aan het mengtoestel of aan het tappunt in een woninginstallatie met circulatie en in een collectief leidingnet moet bij gebruik conform de ontwerpcondities ten minste 60 °C zijn. Voor de bepalingsmethode, zie 5.2.4.2 en 5.2.4.3.

4.4.2.3
Bij warmtapwatervoorzieningen en warmtapwaterinstallaties met circulatie moet de temperatuur van het water in de retourleiding(en) bij gebruik conform de ontwerpcondities ten minste 60 °C zijn. Voor de bepalingsmethode, zie 5.2.4.4.

4.4.2.4 Eisen temperatuur in relatie tot standtijd
Voor warmtapwatervoorraadtoestellen gelden eisen voor de temperatuur in relatie tot de standtijd. Als in een warmtapwatervoorraadtoestel niet continu op alle plaatsen een temperatuur van ten minste 60 ⁰C*) heerst, dan moet deze ter voorkoming van bacteriologische nagroei minimaal wekelijks thermisch worden gedesinfecteerd volgens tabel 4: 60 ⁰C / 20 min, 65 ⁰C / 10 min of 70 ⁰C / 5 min.

*) 55 ⁰C voor een warmtapwatervoorraadtoestel in een woninginstallatie zonder circulatiesysteem.

2.  Waterwerkbladen WB 1.4 G en WB 2.4

Gebaseerd op de bepalingen uit NEN 1006 zijn deze twee Waterwerkbladen een belangrijk hulpmiddel bij het beheer en onderhoud van leidingwaterinstallaties.
• WB 1.4 G “Beheer van leidingwaterinstallaties” met daarin onder andere een model controlelijst beheer leidingwaterinstallaties. Dit is een praktische uitwerking van de gestelde eisen in NEN 1006.
• WB 2.4 “Ingebruikstelling, reiniging en desinfectie”.

In WB 2.4 staan de volgende relevante artikelen:

Spoelen (preventief) van leidingwaterinstallaties

2.1  Algemeen

Kort voordat een leidingwaterinstallatie (weer) in gebruik wordt genomen, moet deze worden doorgespoeld. Het doel hiervan is het verversen van de inhoud en het verwijderen van loszittende vervuiling. Dit doorspoelen moet gebeuren met schoon drinkwater. Om loszittend vuil met drinkwater effectief te kunnen verwijderen moet de stroomsnelheid van het water in de leidingen ten minste 1,5 m/s bedragen. Als deze stroomsnelheid niet kan worden bereikt, is een alternatief het spuien met een mengsel van water en olievrije lucht (zie 3.2). In tabel 1 zijn voor verschillende leidingmiddellijnen de afgeronde waarden van de volumestromen aangegeven die nodig zijn voor een stroomsnelheid van 1,5 m/s.

Tabel 1: Doorspoelen met 1,5 m/s drinkwater

Inwendige middellijn in mm

10

13

16

20

25

32

36

40

50

60

80

100

qv in l/s

0,1

0,2

0,3

0,5

0,7

1,2

1,5

1,9

2,9

4,2

7,5

11,8

qv in l/min

6

12

18

30

42

72

90

114

174

252

450

708

Gebruik voor het spoelen een hoeveelheid water van tenminste 20 maal de leidinginhoud. Als vuistregel wordt daarvoor een spoeltijd van 10 seconden per meter te reinigen leidinglengte aangehouden. Een eenmaal met water gevulde leidingwaterinstallatie moet wekelijks worden gespoeld met drinkwater opdat verversing optreedt op alle tappunten. In het algemeen moet er zolang worden gespoeld totdat de temperatuur aan het tappunt stabiel is.

Opmerking: Na de ingebruikstelling van een nieuwe leidingwaterinstallatie is het aan te bevelen om gedurende de eerste 3 maanden van gebruik de leidingwaterinstallatie en de consumptietappunten dagelijks kort (ca. 2 minuten) voor het eerste gebruik te spoelen. Ook bij de her-ingebruikstelling van leidingwaterinstallaties die een langere periode ( > 1 maand) niet in gebruik zijn geweest (denk aan renovatie en lange vakantieperioden) is doorspoelen wenselijk en is het advies de eerste periode consumptietappunten dagelijks kort te spoelen; zie www.kraandoorspoelen.nu.

2. Spoelplan

Voor het spoelen van een leidingwaterinstallatie moet een spoelplan worden opgesteld waarin tenminste het volgende wordt vastgelegd:
• het beoogde doel;
• de methode;
• de noodzakelijke stappen ter voorbereiding;

Doorstroombelemmerende appendages en aangesloten toestellen moeten voor het spoelen start worden uitgenomen respectievelijk losgekoppeld. Zo nodig moeten appendages worden vervangen door passtukken. Dit om het uitspoelen van vuil met voldoende stroomsnelheid mogelijk te maken en om storingen aan die appendages te voorkomen. Denk hierbij ook aan het wegnemen van belemmeringen aan de tappunten zelf (bijvoorbeeld schuimstraalmondstukken, volumestroombegrenzers en douchekoppen) en aan storingsgevoelige onderdelen of componenten van mechanische terugstroombeveiligingen (filters en keerklepcartridges). Tijdens de uitvoering van het proces moeten veiligheidsmaatregelen worden getroffen, zodat personeel en derden geen gevaar lopen of het spoelproces belemmeren.

 

Verder gaat het werkblad in op:

3. Reinigen (curatief) van leidingwaterinstallatie

wanneer sprake is van vastzittende vervuiling of een mogelijke microbiologische verontreiniging;

4. Chemische desinfectie van leidingwaterinstallaties.

Bij installaties met grote afmetingen leidingen (inwendige middellijn van 100 mm of groter) die ook na het doorspoelen en/of reinigen moeten worden gedesinfecteerd of wanneer een afwijking op de in het Drinkwaterbesluit vereiste microbiologische veiligheid van het drinkwater is vastgesteld.

3.  ISSO 55.2

ISSO - het kennisinstituut voor de installatiesector - heeft een publicatie uitgebracht over de zorgplicht. Deze publicatie is  speciaal bedoeld voor die instellingen die niet onder de wettelijke plicht voor legionellapreventie vallen: ISSO-publicatie 55.2, handleiding zorgplicht legionellapreventie collectieve leidingwaterinstallaties.

Voor het weer in gebruik nemen van een leidingwaterinstallatie is het volgende opgenomen:

6.4 Bedrijfsonderbreking

Voor de in dit document beschreven werkwijze is stilzwijgend het uitgangspunt gehanteerd dat een collectieve leidingwaterinstallatie continu in bedrijf is. Als een leidingwaterinstallatie of delen van een leidingwaterinstallatie door omstandigheden gedurende een periode van ten minste een week niet wordt gebruikt, is er sprake van een bedrijfsonderbreking. Een bedrijfsonderbreking kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door een vakantieperiode (scholen, bedrijfsgebouwen), door leegstand van bouwdelen of door langdurige werkzaamheden aan het systeem.

Na een bedrijfsonderbreking geldt in algemene zin het advies om voor de ingebruikname alle koud- en warmwaterleidingen van de betreffende installatie of het betreffende installatiedeel intensief door te spoelen, zodanig dat minimaal de gehele leidinginhoud wordt ververst.

secondary
Erik van der Blom 240x240 ZW

Heeft u een vraag?

Neem contact op met

Eric van der Blom

Vakspecialist
079 325 07 90 | E-MAIL